Woord van de week – 31 maart

WB_24_03_31             Voor Paaszondag 31 maart 2024 
 
Het getuigenis van Jezus’ opstanding                                  1 Korintiërs 15:1-11
 
1  Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2  en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3  Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4  dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5  en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen.
6  Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7  Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8  Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was.
9  Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10  Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade. 11  Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen.
 
Verdere Bijbelteksten: Handelingen 10:34, 36-43; Handelingen 13:30-33, 38-39; Psalmen 118:24; Lucas 24:6, 34.
Kerngedachte: de blijde boodschap van de opstanding wordt tot de dag van vandaag door Jezus’ volgelingen aan de hele wereld verkondigd. Behoor ik daar bij?
Opmerking vooraf:
Apostel Paulus is een speciaal geval. Hij was geen getuige van Jezus vanaf het begin, zoals Petrus het later eiste voor de opvolger van Judas: ”Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf de doop van Johannes tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.” (Handelingen 1:21-22) Paulus kon niet als ooggetuige getuigen van Jezus’ opstanding. Desondanks zag hij zichzelf als een apostel van Jezus, want hij heeft de opgestane Jezus ontmoet, of beter gezegd, de opgestane Jezus heeft hem ontmoet. Voor zijn roeping in de dienst als apostel stuurde de Heer Ananias: “…‘Ga, want hij is het instrument dat Ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten.’” (Handelingen 9:15)
Jezus gebruikte Paulus voor zijn dienst. Hij ging hem halen in zijn leven zoals hij was, een vervolger van christenen met de naam Saulus! Het is opmerkelijk, dat Saulus naar Jezus luisterde en Hem met “Heer” aansprak. Meteen daarna betrok Jezus hem in zijn verbond. Paulus getuigde hierover met: “Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben.” (1 Korintiërs 15:10)
Uitleg: 
Apostel Paulus deelt alle lezers de volgende boodschap mee: Christus is voor onze zonden gestorven, begraven en op de derde dag opgestaan. Hij raadt aan deze reddende boodschap te aanvaarden en het leven daarop te baseren. Zo zouden wij die boodschap moeten behouden, net zoals hij het deed. Hij bevestigt ook, dat deze boodschap door alle apostelen in de Heilige Schrift verkondigd werd, hetgeen toentertijd tot geloof leidde.
 
De boodschap is gaande: Jezus maakt zich bekend aan zijn getuigen
Na zijn opstanding vertoonde Jezus zich aan zijn leerlingen en andere mensen:
– eerst aan Petrus, later aan de verzamelde leerlingen (Lucas 24:24-36; Johannes 20:19-26; Matteüs 28:16-17; Handelingen 1:21-22 en 10:40-41),
– dan aan 500 broeders tegelijkertijd, waaronder veel getuigen uit de tijd van Paulus
– later aan Jakobus (Handelingen 15:13),
– uiteindelijk aan alle apostelen (Lucas 24:50),
– het laatst door genade aan apostel Paulus (1 Korintiërs 8:1; Handelingen 9:3-6).
De boodschap van de opstanding gaat uit van Jezus, aan zijn leerlingen en aan andere mensen. Niets blijft geheim, want de wereld moet deze boodschap te weten komen. Jezus bereidt zijn leerlingen voor op de verkondiging van deze boodschap, doordat Hij hun bij zijn hemelvaart de zendingsopdracht toevertrouwt en hun voorspel?, dat zij met Pinksteren de Heilige Geest zullen ontvangen als de kracht van de Vader om deze opdracht te kunnen vervullen.
 
De boodschap van de Jezus’ opstanding vandaag: Waarvoor?
Apostel Paulus schrijft: “en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos………bent u nog een gevangene van uw zonden” (1 Korintiërs 15:14 en 17).
Paulus vat de noodzaak van de verkondiging van de blijde boodschap op een andere plaats als volgt samen: Het geloof ontstaat uit de verkondiging van de blijde boodschap van Christus’ opstanding, deze boodschap maakt ons vrij van onze zonden. Zo eenvoudig geformuleerd en zo van levensbelang voor alle mensen.
Geloven wij het al? Door wie?
Jezus bidt voor zijn leerlingen: “Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in Mij geloven. Laat hen alleen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden.”  (Johannes 17:20-21)
De boodschap van Christus’ opstanding wordt door mensen, die in Jezus en de woorden van zijn leerdingen geloven, dus in hetgeen de Heilige Schrift betuigt, doorgegeven. Mensen, die erin geloven, worden zelf volgelingen van Jezus, tot verkondigers van de opstanding en zijn vast verbonden met Hem en met de Vader. Zijn wij daartoe bereid?
Roeping als “middel” voor zegen en kracht: Hoe?
Onze roeping als getuigen van Christus’ opstanding ligt in de zendingsopdracht, die Jezus bij zijn hemelvaart aan zijn leerlingen heeft gegeven: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen…” (Mattheüs 28:19.)
Jezus roept de mensen op Hem na te volgen, Hij maakt hen tot zijn leerlingen. Voel ik mij ook geroepen tot zijn navolging?
Christus bemoedigt zijn leerlingen met de volgende woorden: “Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.” (Handelingen 1:8) De kracht, die van God uitgaat, maakt het voor de leerlingen mogelijk hun opdracht ? te worden. Ben ik onderweg met deze kracht?
Als opgestane verschijnt Jezus aan zijn leerlingen en zegent hen: “’Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit…… Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwám Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’” (Johannes 20:21 en 26) Voor en na zijn zendingsopdracht kent Jezus de leerlingen zijn vrede toe. Wij begrijpen, dat alle geboden van Jezus op zijn vrede zijn gebaseerd. Wanneer Jezus ons bij onze naam noemt, omhult Hij ons met zijn vrede. Evenzo begeleidt zijn vrede alle mensen, die als zijn volgelingen onderweg zijn. Apostel Paulus schrijft: “Zegen uw vervolgers, zegen hen, vervloek hen niet.” (Romeinen 12:14) Ben ik met de vrede van Jezus onderweg? Ben ik bereid mijn vervolgers te zegenen, zoals Jezus zijn vervolger Saulus zegende?
Ik wens alle mensen de vrede en zegen van onze opgestane Heer toe!
Vrolijk Pasen!
                         N. Schaeffer

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 30 april , 2024