WB_26_03_01 Voor zondag 1 maart 2026, 2de zondag 40 dagentijd
Jezus laat zich dopen Matteüs 3:13-17
13Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. 14Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’ 15Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in. 16Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. 17En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’
Kerngedachte: Voordat Jezus met zijn werken begint, gaat Hij naar Johannes de Doper. Voor Hem was het belangrijk, omdat ‘God het zo wil’. God heeft het inderdaad voor de mensen krachtig bevestigd, doordat Hij vol vreugde de hemel opende om zijn Geest naar Jezus te zenden. Is Jezus echter niet van God afkomstig, door zijn Geest verwekt en zonder zonde? Moest dat nou met de doop?
In verschillende commentaren wordt geïnterpreteerd, hoe het ertoe gekomen is, dat Jezus zich door Johannes liet dopen. Zo ook, dat Jezus – zonder zonden – op die manier de zondaren gelijk werd om zijn verlossingswerk aan de mensen te vervullen.
Heinz Schumacher verklaart: “In Jezus’ doop laat zich een solidariteit met de zondaren zien. Hij, die boete en vergeving niet nodig heeft, plaatst zich op gelijke hoogte als de zondaren. Zo duidt Jezus’ doop al aan, wat aan het kruis werd volbracht: het plaatsvervangende offer. Daar aan het kruis werd volledig “alle gerechtigheid vervuld”.
Volgens de Luthervertaling antwoordt Jezus in Matteüs 3:15: “…., want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.” In een commentaar op de Bijbel staat daarover: “Als God door het aanbod van de doop in de Jordaan Israël de omkeer mogelijk wil maken, hebben wij dit genadige aanbod aan te grijpen en Hem te gehoorzamen. Misschien denkt Jezus ook hier al aan Jesaja 53, waarin staat dat Hij de zonden van de velen heeft te dragen, zodat Hij zich nu bewust als zondeloze onder de zondaren van Israël plaatst. Zo begrijpen wij de zegswijze ‘alle gerechtigheid te vervullen’. Gerechtigheid heeft hier met ‘rechtvaardig zijn’ in de gewone zin van het woord niets te maken, maar ‘gerechtigheid’ is hier dat, wat God wil (zie Matteüs 5:17 “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.”).
God schenkt ons mensen – zowel toen als nu – beelden, opdat wij zijn profetieën kunnen begrijpen. Zijn Zoon kwam in de wereld om als mens de weg voor zijn medemensen voor te bereiden, opdat de Schrift zou worden vervuld. Jezus vernederde zich tot de doop (symbool voor de boete), die Hij niet nodig had. Het is een onderwerping aan Gods wil in de zin van het gebed dat Jezus de mensen gaf: “Uw wil geschiede, zowel in de hemel als op aarde.” Omdat God Hem voor de mensen wilde verklaren, maakte Jezus zich eerst aan hen gelijk. Dat was voor het begin van zijn werken als Gods Zoon en Redder der mensen. Johannes echter, die Hem eerst niet wilde dopen, herkende Hem onmiddellijk als de aangekondigde Messias.
Later ging Jezus met zijn discipelen precies zo te werk. Hij onderwees ze door gelijkenissen (Marcus 12:1). Aan het einde van zijn weg als mens, voor het hogepriesterlijk gebed en voordat Hij op weg ging naar de passie, hief hij deze leermethode op, doordat Hij zei: “Ik heb jullie dit alles in beelden verteld, maar er komt een tijd dat Ik niet meer in beelden spreek, maar jullie zonder omwegen over de Vader vertel.” (Johannes 16:25) Jezus spreekt over de tijd, waarin de discipelen alleen nog door de Heilige Geest onderwezen worden. Zo gebeurde het voor zijn hemelvaart, waar Jezus zijn discipelen het verstand opende, opdat zij de Schrift konden begrijpen (Lucas 24:45).
De vreugde van God in zijn Zoon is absoluut sterk. Eindelijk worden de wegens zonden tot de dood veroordeelde mensen vrijgekocht. Het is de wil van de Vader, die zijn Zoon tot goddelijk handelen leidt. De Vader kost het heel veel liefde, omdat Hij zijn geliefde Zoon als offerlam weggeeft. God neemt zelf het woord, Hij neemt zelf het initiatief, doordat Hij de hemel opent en neerdaalt, opdat zijn naam zou worden verkondigd (Jesaja 63:19; 64:1). Zoals bij de geboorte van Jezus, toen de hemel openging en een hemels koor zong: “Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft.” (Lucas 2:14)
De profetische beloftes uit Psalmen 2 en Jesaja 42-53 worden nu in Jezus werkelijkheid. God herinnert nadrukkelijk aan zijn eigen woord. Voor Jezus wordt hier duidelijk, dat Hij de verzoeningsdood moet sterven. De doop is gewoonweg de opdracht voor de verzoeningsdood. Kan de Zoon deze opdracht aanvaarden? Dat zal het verhaal van de verzoeking uitwijzen.
Als wij in Christus zijn gedoopt, door water en geest, begint ons nieuwe leven op aarde ook met een missie. In Jezus’ naam maakt God ons bekwaam tot werken door de door Hem gegeven geestelijke gaven. Zoals bij Jezus als mens wordt de werkingsgraad door verzoekingen aangevallen. Door de doop in het lichaam van Christus echter zijn wij zijn kinderen en mogen wij steeds weer tot Christus komen om onder het kruis boete te doen. Daar werkt het verzoeningsoffer als vergeving van onze zonden. Hoe groot is toch de liefde van God voor ons mensen, wat geheel uit genade geschiedt. God wil, dat alle mensen vrij worden.
Ik wens alle gedoopten een gezegende arbeid in de Heer en de andere mensen een geweldige ervaring bij hun doop in de naam van Jezus Christus. “en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus,” (I Petrus 3:21).
N. Schaeffer
Bericht vervalt automatisch op woensdag 1 april , 2026