Woord van de week – 12 mei

WB_24_05_12                                                                                                              Voor zondag 12 mei 2024                   
Zijn wij ons bewust pachters van een goddelijk goed te zijn?                                             Marcus 12:1-12  
 
1 Hij begon tegen hen te spreken in gelijkenissen: ‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis. 2 Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; 3 maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug. 4 Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden. 5 Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
6 Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 7 Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.” 8 Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard. 9 Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. 10 Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden 11 Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.”’
12 Daarop wilden ze hem gevangennemen, want ze wisten dat hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze hem staan en gingen weg.
 
Kerngedachte: Een christen is door het geloof aan het offer van Jezus, dat hem door God geschonken wordt, door genade gered, alleen door de liefde van onze Vader. Zo schrijft Paulus het aan de Romeinen: “Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.” (Romeinen  5:8). Hoe gaan wij met dit genadegeschenk om?
 
Eigenlijk zou dit verkregen geschenk van verlossing geen toestand van rust moeten bewerken, maar veel meer een nieuwe geestelijke activiteit moeten stimuleren, gezien de gelijkenis over de ponden of talenten. In het Lukas evangelie is sprake van ‘gaven en opgaven’ (Lucas 19:11 en volgende), terwijl het in het evangelie van Matteüs (Matteüs 25: 14 en volgende) met “opdracht gekregen tot handelen” betiteld wordt. 
 
In het Bijbelwoord van vandaag gaat het om de wijngaard des Heren, in het Oude Testament reeds een bekend beeld – verbonden met het huis Israël. Het beschrijft de plaats waar de kinderen Gods leven en werken moeten, vaak zelfs met kwade gevolgen (Jeremia 12:7-12). De wijngaard des Heren is een synoniem voor het vaderland van zijn volk.
 
In het Nieuwe Testament herhaalt de geschiedenis zich met de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard en hun loon (Matteüs 20:1-16). God heeft de wijngaard aangelegd. Hij zoekt vrijwillige arbeiders, komt met hen een loon overeen (weliswaar rekent God anders) en geeft hun een arbeidsplaats. In overdrachtelijke zin komt het nu naar ons inzicht hier op neer:
• hoe we Gods aanbod zien en waarnemen;
• of we zin hebben voor Hem te werken;
• of we het met het loon eens zijn, ook aan het eind van het werk, of van het leven;
• of we in de ‘hitte van de dag’ steeds nog mee willen doen, ook als anderen pas kort voor de oogst in dienst worden genomen;
• of we na langjarige medewerking misschien anders denken of beïnvloed worden, wetend dat we nooit bezitter van de wijngaard worden (het is niet “mijn” gemeente maar de “gemeente van Jezus”) ;
• het te accepteren, dat de bezitter eens  ‘zijn’ oogst zal afhalen (voor ons blijft alleen nog het loon  – is het niet voldoende om gered te zijn?);
• de blijdschap te vernemen eenmaal met al degenen, die door Hem gered zijn, de oogst te zien en Hem te danken, dat zovelen verlost zijn en het eeuwige leven hebben…
 
Met het beeld van de wijnstok en de ranken geeft Christus ons een nieuwe samenhang tussen de mens en zijn Schepper. Hoewel de mensen in de wijngaard des Heren – of misschien juist daardoor – onderweg zijn, hebben ze vernieuwing van hun geestelijke krachten nodig. Een geestelijk werk als wijnboer te doen heeft identieke krachten nodig, van dezelfde aard. En die worden ons weer geschonken, wanneer we als rank verbonden blijven met de stam Jezus Christus. Deze natuurlijke ontwikkeling van krachten levert geestelijke vruchten op, omdat God het zo geschapen heeft. Al maken we ons nog zo veel zorgen of we wel genoeg presteren qua werk (wordt dat eigenlijk wel van ons gevraagd?) – Christus zegt ons: Houd je aan Mij vast, verlies je geloof niet en hoop op mijn wederkomst. Johannes schrijft in zijn eerste brief: “Blijf dus in Hem, kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer Hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij zijn komst. U weet dat Hij rechtvaardig is, en u moet daarom wel inzien dat ieder die rechtvaardig leeft uit God geboren is”  (I Johannes 2: 28-29). Hoe en wat kunnen wij als mensen al lezen uit Gods gedachten of misschien zelfs vastleggen? Jezus probeert echter door zijn gelijkenis van vandaag onze gedachten te treffen:
 
• God heeft de wijngaard geschapen (de aarde).
• Hij heeft hem aan de mensen verpacht:  “…breng haar (de aarde) onder je gezag…” (Genesis 1:28) en  “God, de Heer, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en er over te waken.” (Genesis 2:15). 
• door de zonde heeft de mens de gemeenschap met God ontwricht.
• God schenkt hem een tweede kans:  “Zweten zul je voor je brood, totdat je  terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.” (Genesis 3:19). 
• hoewel God steeds weer zijn volk vergiffenis schonk en het zegende, hebben de mensen zijn boden gedood (Matteüs 23:33-35, Lucas 11:45-51).
• als laatste mogelijkheid tot verlossing zendt God zijn lieve Zoon, die de mensen ook zullen doden buiten de symbolische stad Jeruzalem!  “Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft Hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij.”  zegt Petrus (Handelingen 3:15).
 
De vraag is: Waar is de liefde gebleven van de uitverkoren arbeiders tot hun Heer? 
 
Deze vraag geldt heden ten dage ook voor ons. Lieve zusters en broeders, lieve medewerksters en medewerkers, ik vraag jullie dringend: blijf in de liefde van Christus. Ik wens, dat we onze naaste in de wijngaard van onze Heer (d.w.z. op de hele aarde, niet slechts in de “kerk”) in de liefde van Christus ontmoeten. Hierdoor handelen we in overeenstemming met het wezen van onze Meester Jezus Christus. Tenslotte kunnen de mensen Hem dan ontmoeten –  de mens geworden liefde Gods! 
 
Wij mogen ons nooit de gemeente van Christus willen toe-eigenen, noch door een werkplan noch door een werkgroep en zouden ons nooit op de voorgrond moeten stellen, anders stellen we Christus automatisch op de achtergrond. God zei ons reeds door de Psalmist:  “De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden. Dit is het werk van de Heer, een wonder in onze ogen.” (Psalmen 118:22-23).   Christus is de hoeksteen van onze gemeente, die we willen bouwen.
 
Eén ding is zeker: de Heer zal zijn wijngaard niet vernietigen, eerder zal Hij hem aan iemand anders verpachten. Zo zal de gemeente van Jezus niet te gronde gaan, maar zij zal verder leven, door de geest, die door Christus is beloofd en door de Vader aan de mensen  is geschonken volgens zijn keus.
 
                                                                                                                                                                N. Schaeffer

Bericht vervalt automatisch op woensdag 12 juni , 2024