Woord van de week – 14 juni

Geloven wij dat Jezus Christus Gods Zoon is?

Johannes 5:39-47

39U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over Mij, 40maar bij Mij wilt u niet komen om leven te ontvangen. 41Niet dat de mensen Mij moeten eren, 42maar Ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u. 43Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert Mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren. 44Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven. 45U moet niet denken dat Ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan. 46Als u Mozes zou geloven, zou u ook Mij geloven, hij heeft immers over Mij geschreven. 47Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat Ik zeg?

Kerngedachte: Jezus berispt de Joden, ontmaskert ze in feite, omdat ze de liefde van God niet in zich hebben en Hem niet geloven, omdat het bij hen slechts om de eigen eer gaat. Hoe is dat bij ons?

De gehele Heilige Schrift, dus zowel het Oude als het Nieuwe Testament, staat vol met profetieën over de Messias, de Zoon Gods, Verlosser en Redder van de wereld, Jezus Christus. Ondanks al deze getuigenissen kunnen en willen de Joden Jezus niet als de beloofde Christus erkennen en aannemen. Ofschoon ze Johannes de Doper als boeteprediker vereerden, geloofden zij diens getuigenis over de Zoon Gods, die niet alleen met water, maar ook met het vuur van de Heilige Geest zou dopen, niet. Evenmin het getuigenis van God zelf, toen na de doop van Jezus in de Jordaan de Heilige Geest in de vorm van een duif naar Hem afdaalde en een stem uit de hemel sprak: “Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.” (Lucas 3:21-22) Ook niet om de werken, die Hij deed en waartoe de Vader Hem de gaven had gegeven. Deze werken getuigden van Hem, dat Hij door de Vader gezonden was, maar zij leidden niet tot geloof in de Zoon Gods.

De Heer verklaart de Joden, dat zij de Schrift grondig lezen om daardoor het eeuwige leven te ontvangen en stelt vast, dat de Schrift van Hem als de Messias getuigt. Maar zij accepteren Hem niet als degene, die hen tot het eeuwige leven leidt. God heeft de mens als kroon der schepping een vrije wil gegeven. Mens, je kunt kiezen tussen zegen of vervloeking. De mensheid “wil niet”, dat is het beslissende punt in haar geschiedenis. In plaats van Hem aan te nemen verloochenen ze Hem als godslasteraar. Natuurlijk is ook dat een vraag van erkenning.

Jezus leeft zo, dat Hij niet van de mensen afhankelijk wordt; dat heeft Hij niet nodig, want Hij komt van de Vader, die Hem eert omdat Hij zijn wil doet. Hij kan de mensen echter in het hart zien en daarom berispt Hij hen grondig, omdat ze Gods liefde niet bezitten. Hij beschuldigt de mensen van het feit, dat zij zich niet houden aan hun eigen geloofsbelijdenis: “Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.” (Deuteronomium 6:5) Dat is wel het zwaarste verwijt, dat Jezus de gelovige Joden kon maken: het niet opvolgen van het eerste en hoogste gebod! De liefde van God en de liefde voor de broeders en zusters wordt door de apostel Johannes in zijn eerste brief in de verzen 4:7-21 (1 Johannes 4:7-21) heel mooi beschreven. Dat is ook in onze tijd de maatstaf voor ons!

Daaruit blijkt ook de reden, waarom sommigen niet kunnen geloven: zij zoeken niet de eer van God, maar wel hun aanzien bij de mensen. Het is louter uit egoïsme, dat zij zich voorop willen stellen en zelfs gelijk willen zijn aan God, wat de oerzonde van de mens genoemd kan worden. Verheerlijking van mensen is een belemmering voor de erkenning, dat Jezus Christus door God gezonden is. Daardoor nemen zij Hem niet aan. Maar wanneer er een ander (valse Messias) in zijn eigen naam komt, nemen zij die vaak wel aan. Dan beginnen de verleiding en de verblinding hun werk te doen. Hij, die aangeeft iets belangrijks te zijn, zichzelf verhoogt, wordt vaak wel aangenomen en vereerd. Er zijn vele voorbeelden van machthebbers, dictators en despoten, die op eigen eer uit zijn, slechts voor zichzelf leven en daarmee hun eeuwig leven op het spel zetten. Ook nu zijn die er nog; zij behoren tot de antichristenen en satansknechten. Dit zien wij de laatste tijd nog eens sterk toenemen.

De voorwaarde om te kunnen geloven en het geloof te kunnen behouden is daarom het voortdurend zoeken naar de eer aan God: “Soli Deo Gloria” (alleen de eer aan God)! Dat gebeurt bijvoorbeeld in de lofprijzing tijdens de diensten, maar vooral in dankzegging, aanbidding en in onze persoonlijke levenshouding. Dat alles moet een prioriteit in ons leven zijn. De psalmist geeft ons daarvan een voorbeeld: “Ach HEER, ik ben uw dienaar, uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares: U hebt mijn boeien verbroken. U wil ik een dankoffer brengen. Ik zal de naam aanroepen van de HEER en mijn geloften aan de HEER inlossen in het bijzijn van heel zijn volk, in de voorhoven van het huis van de HEER, binnen uw muren, Jeruzalem. Halleluja!” (Psalmen 116:16-19) Is er een mooiere eer en verering van God? Dan geldt ook de vervulling van de belofte van Jezus: “Iedereen die Mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel.” (Matteüs 10:32)

God voert zijn volk zelf door Mozes en vele andere mannen en vrouwen Gods en vooral door Jezus Christus terug in zijn heerlijkheid. HIJ is de alfa en de omega, de Aanvanger en de Voleinder.

“Het is een zekerheid, dat wij steeds in de nabijheid en aanwezigheid van God mogen leven en dat dit leven voor ons een heel nieuw leven is; dat voor ons niets meer onmogelijk is, omdat voor God niets onmogelijk is.”(Diettrich Bonhoeffer)

Gelooft u echt, dat Jezus Christus de Zoon van God is? Dan is ook voor u niets onmogelijk!

W. Baltisberger