Woord van de week – 16 november

WB_25_11_16 Voor zondag 16 november 2025
Elkaar accepteren                 Romeinen 14:(1-6)7-13
1Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. 2De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. 3Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. 4Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. 5De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. 6Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God.
 
 7Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. 8Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. 9Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. 10Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan, 11want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef – zegt de Heer –, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden.
13Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hen niet te ergeren. 14Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. 15Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. 16Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, 17want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest
 
Weekspreuk: “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen..” 
(2 Korintiërs 5:10).
Thema: Het laatste oordeel.
Overige Bijbelteksten:  Jeremia 8:4-7; Mattëus 13:47-50; Openbaring 2:8-11; Openbaring 20:11-15; Psalmen 50:6.
Kerngedachte: Alleen aan Jezus Christus komt de eer in de gemeente toe – van generatie op generatie, voor eeuwig en altijd.
Opmerking vooraf:
Romeinen 14:8 staat dominant in het centrum van de perikoop van vandaag: “Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.” De “gewicht” van deze woorden overtreft de gehele daaropvolgende Bijbeltekst.  Vers 8 is een generaties lang doorgegeven geloof – maar het moet ook goed worden begrepen. De perikoopvolgorde plaatst daarom de verzen Romeinen 14:1-6  naast de verzen Romeinen 14:7-13, als een soort achtergrond.
Wie het 14e hoofdstuk van het boek Romeinen in de Lutherbijbel leest, komt de volgende hoofdstuktitel tegen: “Over de zwakken en de sterken in de gemeente”. Deze samenvatting is in principe niet verkeerd, maar niettemin ongelukkig, omdat zij de indruk zou kunnen wekken, dat er “slachtoffers” en “redders” zouden zijn. Als wij echter goed kijken, gaat het er niet om dat de “sterken” de “zwakken” dragen en de “zwakken” de “sterken” verdragen, maar dat alle mensen, ongeacht waar ze zijn, ongeacht welke capaciteiten ze wel of niet hebben, allereerst elkaar eens moeten accepteren zoals ze zijn. In zijn vertaling van het Nieuwe Testament heeft Albert Kammermayer (een Duitse katholieke pater, die leefde van 1919 tot 2017), dit hoofdstuk daarom getiteld als “elkaar accepteren” en vanaf vers 13 als “voor elkaar verantwoordelijk”.
Uitleg:
Ouders, die twee of meer kinderen hebben, zullen soms constateren, dat hun kinderen, ondanks dezelfde ouders, dezelfde omgeving en dezelfde opvoeding, zich tot verschillende en deels tegengestelde persoonlijkheden kunnen ontwikkelen. Zo zijn er  bijvoorbeeld stille en luidruchtige, voorzichtige en overmoedige, bedachtzame en spontane en nog veel meer karakters. Deze tegenstellingen vinden we tenslotte overal waar mensen samenkomen – ook in onze gemeentes.
In de verzen van het 14e hoofdstuk wijst het boek Romeinen op enige verschillen in de opvattingen, in het gedrag en in de stijl van godsdienstigheid van de toenmalige gemeente. Veel van deze voorbeelden hebben voor ons tegenwoordig nog nauwelijks relevantie en zijn daardoor ook niet zinvol om in de preek als voorbeelden te gebruiken, maar zij verwijzen naar de kern van het Bijbelwoord, die in Romeinen 14:4 heel duidelijk wordt: “Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen.”
Helaas hebben wij mensen de neiging onze eigen opvattingen snel tot de “maatstaf voor alle dingen” te maken. Dit gedrag houdt ook niet op ook bij het gemeenteleven. Zo zouden bijvoorbeeld broeders en zusters, die graag luid en zichtbaar hun lofprijzing betuigen, zich kunnen afvragen welke rol Jezus, Heer en Verlosser, bij het deel van de gemeente speelt, dat bij de lofprijzing stil op hun stoel blijft zitten – zusters en broeders, die Jezus stil en deemoedig in hun hart dragen, zouden zich anderzijds kunnen afvragen, of de enthousiaste lofprijzing niet slechts een kortstondige emotionele reactie is, die niets over het “ware” geloof zegt. Verdere (ondervonden) tegenstellingen kunnen traditie en verandering, behoud en kentering, “ vroege vogel-diensten” en  “uitslaper-diensten”… of heel algemeen het vasthouden aan werkwijzen zijn, zelfs als ze nu niet meer nuttig zijn.
Elkaar accepteren – voor elkaar verantwoordelijk
Samenvattend kunnen wij constateren, dat ons samenleven en heel concreet het samenleven in de gemeente, steeds dan uit de hand loopt , als het ons niet lukt de beslissingen over gemeentelijke werkwijzen van onze (vaak on- of onderbewust gestuurde) denkbeelden te scheiden. Niet alles, wat andere christenen doen is verkeerd, als het afwijkt van wat wij ons voorstellen. Hierover schrijft Paulus in Romeinen 14:10: “Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan”. 
Op Gods rechterstoel zit enkel en alleen Jezus Christus, de Heer van de wereld, ook als wij ons enerzijds graag zelf tot rechter zouden verheffen, of anderzijds elke vorm van oordelen zouden afwijzen. Hierover meent Kathrin Oxen (een predikante van de Kaiser Wilhelm Gedächtnis-kerk in Berlijn): “En al in de tijd van Paulus was het zo, dat zowel de ene als de andere groep mensen (in de gemeentes) aanspraak heeft gemaakt op de troon. De ene groep mensen klimt er moedig op en ze bekijken iedereen, die ze voor zich hebben en merken hoe goed het is te onderscheiden en te oordelen….. De andere groep mensen bezet de troon, door die voor leeg te verklaren. Er zijn geen oordelen, zo luidt het oordeel van die groep. Maar het is niet onze plaats, deze troon. Want hij is niet leeg. Daar is Iemand. Iemand, die ons bijeenhoudt….. Iemand, die steeds weer vraagt: Waar is je broeder, waar is je zuster?”
Natuurlijk rijst de vraag of dan alles is toegestaan. Waar blijft de gemeentediscipline, waarover juist Paulus op een andere plaats steeds weer vertelt? Hierop geeft Paulus ons een duidelijk antwoord: de enige “maatstaf voor alle dingen”, die werkelijk relevant is, is Jezus Christus en dat met alle gevolgen van dien.  “Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.” (Romeinen 14:8)
Hoeveel onenigheden en discussies tussen kerken, gemeenschappen evenals broeders en zusters in de gemeentes verliezen hun betekenis, als wij ons steeds op Jezus als de maatstaf voor alle dingen richten. Jezus komt in ons midden, of de dienst nu om 7.00 uur of om 17.00 uur begint, Jezus kijkt in ons hart, of wij Hem nu luid loven en prijzen of stil aanbidden…..
Om de vraag naar het “toegestaan zijn” nog een keer op te pakken: Ja, Paulus maakt bijvoorbeeld in de brief aan de Korintiërs duidelijk, dat met Jezus in het centrum van ons hart alles is toegestaan, ook als daarbij niet alles altijd en overal nuttig en goed is. Maar alles kan en mag besproken en zelfs graag ook nog geprobeerd worden, dat moet ons niet van elkaar scheiden. Als een beslissing niet nuttig was, moeten wij daar niet aan vasthouden, wij kunnen een nieuwe beslissing nemen. Dat is geen mislukking, integendeel – eigenlijk is dat de vorm van een levende gemeente.
           U. Hykes
 

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 16 december , 2025