Woord van de week – 17 mei

Uw Koninkrijk kome! Matteüs 6:5-13

5En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. 6Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen. 7Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. 8Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen. 9Bid daarom als volgt:


Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd,
uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid.
Amen”’

Kerngedachte: In veel kerken staat op drie achtereenvolgende zondagen het thema ‘juichen’ namelijk: juich voor God, zing en bid centraal. Op drievoudige wijze worden we zo opgeroepen God de eer te geven, Hem te loven en te aanbidden. Jezus leeft! God is de Heer over leven en dood en wij kunnen met Hem praten, Hem danken, Hem loven, Hem gewoon zeggen wat ons bezig houdt..

Op deze zondag staat het beste gebed van alle gebeden in het middelpunt van onze prediking. Al tijdens de Bergrede heeft Jezus zijn toehoorders aanbevolen op deze manier te bidden. Alle christenen in de hele wereld bidden nog dit gebed. Bij uitstek een verbindingslied tussen de verschillende kerken en geloofsgemeenschappen.

Maar doordat het – ook bij ons – vaak wordt uitgesproken, is het gevaar groot dat het een routine wordt. Wie heeft zichzelf niet al eens betrapt het Onze Vader te hebben gebeden zonder met zijn gedachten er bij te zijn. Wanneer zoiets gebeurt, verwordt het gebed tot lege woorden. Daar waarschuwt Jezus ons voor, het is dan inhoudsloos gepraat, dat niets betekent.

Dit door Jezus aanbevolen voorbeeldgebed kan men met een huis vergelijken waarin we wonen kunnen. De aanroep: ‘Onze Vader, die in de hemelen zijt’ is de bodem van het huis, waarop we kunnen staan, gaan, zitten en liggen. De wanden zijn de verzoeken en het dak is het afsluitende prijzen. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. Als we zo naar het Onze Vader kijken, is het een gebed waarin een ieder, die het bidt, zich thuis kan voelen.

God is geen sprakeloze God maar levend en almachtig. Hij is voor ons door Jezus Vader van ons geworden. Jezus nodigt ons uit net als Hij tot de Vader te komen, zoals kinderen naar hun ouders gaan, als ze iets op hun hart hebben. In één van de nieuwe Duitse liederen staat: ‘Wees voor ons als een vader die zijn kind niet vergeet en die ondanks zijn grootheid altijd aanspreekbaar is’. Het komt op ons kinderlijk vertrouwen aan, als we tot God gaan.

De verzoeken in het Onze Vader zijn makkelijk uit elkaar te houden. De eerste drie zijn in de u – vorm. “Uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede”. De drie volgende zijn in de wij – vorm. “Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden …; en leid ons niet in verzoeking …”, wat betekent, dat we eerst naar Gods handelen kijken en dan pas naar onszelf en de mensen met wie we samen zijn.

We kunnen over alle verzoeken uitgebreid spreken, alleen nu wil ik me op het verzoek “Uw Koninkrijk kome” concentreren.

Welke gedachtes en ideeën verbinden we hiermee? Is het wat Paulus eens zei: “Want het Koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest.” (Romeinen 14:17)? Of zijn er gedachtes, zoals die bij de Emmaüsgangers aangetroffen werden: “Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden” (Lucas 24:21)? Zijn onze gedachtes en ideeën op die manier aan het aardse rijk gebonden?

Het Rijk van God is voor Jezus iets van heden, maar het is ook toekomst. Omdat met Hem de heerschappij van God aanbreekt, met de woorden, die Hij tot de mensen spreekt, met de genezingen, die Hij doet, met de maaltijden, die Hij met de tollenaren en de zondaren heeft, daarom leert Hij zijn jongeren dit verzoek. Alhoewel met Hem de heerschappij van God daar is, moet het zich in deze wereld – “midden tussen u” – doorzetten.

We moeten dus het heden en de toekomst in de gaten houden. Het Rijk van God moet nu al hier ruimte winnen in het midden van deze vaak zo donkere wereld. Als ik dit verzoek uitspreek, verbind ik mij aan Gods Rijk en aan de heerschappij over deze wereld. Ik vertrouw erop, dat God al het boze kan omkeren tot een heilzame heerschappij. Ik vertrouw erop, dat Hij nu al onder de slechte mensen is om die ook onder zijn heerschappij te brengen.

Gods Rijk komt niet plotseling of automatisch, het moet groeien. Wij zullen vaak aan zijn werken de ruimte moeten geven en laten afsterven wat niet van Hem is om het nieuwe leven te ervaren. Daarom is dit kleine verzoek (het zijn maar drie woorden) ook zo belangrijk.

Wat we ook nog in de gaten moeten houden is, dat we bereid zijn tot inkeer te komen. Johannes de Doper predikte al: “Kom tot inkeer, want het Koninkrijk van de hemel is nabij!” (Matteüs 3:2) en Jezus herhaalde deze waarschuwing en opdracht nog eens (Matteüs 4:17).

Van bijzondere betekenis is ook de bereidheid tot navolging en het opgeven van alle persoonlijke zaken (Matteüs 19:16-26). Alleen zo wordt bidden tot een ‘hoorbaar’ bidden. Gods Rijk krijgt zo een plaats in ons leven en geeft tegelijkertijd een hoopvolle toekomst.
S. Amann

Belangrijk:
Bij de ingebruikname van onze huidige Bijbel is besloten de tekst van het “Onze Vader” niet over te nemen, maar de tot dan toe gebruikte tekst te handhaven. Zo is die tekst ingevoegd in de Bijbeltekst van deze brief.