Woord van de week – 18 april

De slechte herders en de goede herder
Voor zondag 18 april 2021
Ezechiël 34:1-16

1De HEER richtte zich tot mij: 2‘Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden? 3Jullie eten wel van hun kaas, jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet. 4Zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, zieke dieren niet genezen, gewonde dieren niet verbonden, verjaagde dieren niet teruggehaald, verdwaalde dieren niet gezocht – jullie hebben de dieren hard en wreed behandeld. 5Zonder herder raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, 6ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat.
7Daarom, herders, luister naar de woorden van de HEER: 8Zo waar Ik leef – spreekt God, de HEER –, mijn schapen hadden geen herder, ze werden weggeroofd en door de wilde dieren verslonden; en jullie, herders, keken niet naar mijn schapen om, jullie hebben alleen jezelf geweid maar niet mijn schapen! 9Daarom, herders, luister naar de woorden van de HEER: 10Dit zegt God, de HEER: Ik zal de herders straffen en mijn schapen opeisen; zij zullen ze niet meer mogen weiden. Ook zullen ze niet langer zichzelf weiden: Ik zal mijn schapen uit hun mond redden, ze zullen ze niet meer eten! 11Dit zegt God, de HEER: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. 12Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken. 13Ik zal ze uit alle volken terughalen en uit alle landen bijeenbrengen, Ik zal ze naar hun eigen land laten terugkeren. Op de bergen van Israël en bij de waterstromen zal Ik ze weiden, overal in het land waar mensen wonen. 14Ik zal ze laten grazen op een goede weide, ook hoog in de bergen van Israël zullen ze gras vinden; op Israëls bergen zullen ze rusten op groen grasland en in een grazige weide. 15Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de HEER. 16Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken – maar de vette en sterke dieren zal Ik doden. Ik zal ze weiden zoals het moet.

Kerngedachte: God zegt ons dat Hij de goede en betrouwbare herder is. Dat er geen andere wezens, inclusief de mens, zijn die op geen enkele wijze zijn niveau van goedheid en betrouwbaarheid heeft. Maar wie zich in nederigheid als een schaap onder zijn hoede begeeft, deelt in zijn liefde, barmhartigheid, genade en in zijn beloften.

Het is de profeet Ezechiël, die spreekt namens God, in zijn naam, met volle kracht tot de herders van Israël en vervolgens tot het volk van Israël. Een woord dat ons bezighoudt, zelfs vandaag heeft het volledige geldigheid.

God zegt tegen de herders, vandaag de leiders van onze tijd, in hoeverre zij hun taken niet vervullen. God geeft hen een “onvoldoende”. Met een vergelijk in het huidige bedrijfsleven is het alsof de algemeen directeur zijn leidinggevenden beoordeelt. Nu kan dat niet alleen van toepassing worden geacht op leidinggevenden van huidige bedrijven, maar op allerlei instellingen en verenigingen. En hoe ziet het er bij de kerken en geloofsgemeenschappen uit? En nu al zien we hoe Gods woord vandaag geldigheid heeft.

Een ieder met een taak in de gemeente van Jezus Christus dient hierover na te denken, over Gods woorden en over het zijn van herder over zijn schapen. Zelf na te gaan om te zien in hoeverre Gods waarschuwing treffend is. Keer om (berouw) en plaats je onder Gods woorden, vraag om zijn leiding en zijn Woord en leven. Nederigheid is de sleutel om in Gods wijngaard taken uit te voeren. God geeft ons zijn meetlat. Zoals Hij een herder is, zullen al zijn medewerkers dienovereenkomstig dienen te handelen.

We moeten niet denken dat het een onmogelijke taak is, want dan zouden we niet eens hoeven te beginnen. Met een dergelijke gedachte zouden we de hulp van God buitensluiten.

God weet heel goed dat wij onvolmaakt zijn en dus ook onze mogelijkheden beperkt zijn. Als we ons best doen, eerlijk en oprecht, een goede herder te zijn van Gods kudde, zal God onze inspanningen zegenen.

Het is de moeite waard om vreugdevol en vol vertrouwen deel te nemen aan Gods werk onder zijn leiding. Ook als we een taak in Gods gemeente hebben zijn we ook (leidende) schapen in zijn kudde.

Nu wendt God zich door de profeet tot de mensen. Hij noemt het volk van Israël de schapen van zijn kudde. Dit geldt ook voor alle christenen in onze tijd.

Hij houdt ons zijn spiegel voor, waarin we zien wat we doen. Het goede, dat God ons geeft, zien wij meestal niet, we maken het kapot of we besmetten het met half-waarheden, onwaarheden of leugens. God maakt ons duidelijk dat Hij dit gedrag verwerpt.
Afgewezen worden door God! Kunnen we ons voorstellen wat dat betekent?

Dus het is hoogste tijd ons te bezinnen wat het is om een kind van God te zijn en jezelf af te vragen:
• Hoe denk ik?
• Hoe praat ik?
• Wat doe ik?

Kan God daar altijd met plezier op toezien? Het is essentieel, dat we ons realiseren wat we dagelijks doen.
Vanuit dit bewustzijn kan God ons veranderen. Maar een ieder doet dit voor zichzelf met God. Hulp van een broeder of zuster in Jezus Christus kan erbij worden betrokken, als je dat wenst.

Vergeet niet, ik kan een ander niet veranderen in zijn /haar denken, spreken en doen. Ik kan de ander slechts helpen, als hij /zij mij om hulp vraagt!
Hoe vaak willen wij helpen, zonder dat we erom gevraagd worden? We vragen ons dan af waarom onze hulp niet het gevolg heeft wat wij ons voorstellen. Als wij dan ook nog God hierin vergeten draait het helemaal op niets uit en is de “helper” teleurgesteld.

Hoe kan God ons helpen als we het niet vragen? Hij neemt ons mee in zijn heilsplan en Hij is de goede weg in ons leven. We moeten ook willen en vragen. Maar niet, zoals zo vaak, met ons eigen doel voor ogen. We hebben onze ideeën hoe ons leven eruit zou moeten zien en vragen God het zo te maken. Dat God ons leven in een andere richting wil sturen, willen we niet zien. Als ik mijn denken en handelen doorzet, is er geen plaats voor God. Zijn woord is besmet. De sleutel hier is de vraag; wil ik mijn gelijk of wil ik geluk. De keuze voor geluk is de overgave aan God.

Alleen in rust en stilte, afgesloten van alles wat ons bezig houdt, kunnen we verbonden zijn met de Heilige Geest in God. Zo leren we zijn woord en zijn wil. Want hij is de Goede Herder.
Laat ons nederig zijn onder de zorg van God, dan delen wij in zijn liefde, zijn genade en in zijn beloften.

Als we de houding van onze Heer Jezus Christus meer en meer in ons eigen leven opnemen, zullen we de groene weiden van God zien en ervaren hoe God de Goede Herder is.
Zo zijn alle kinderen van God zijn schapen en luisteren naar zijn stem.

R. Bonsema