WB_26_04_19 Voor zondag 19 april 2026
De ernst van de navolging Lucas 9:57-62
57Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 59Tegen een ander zei hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’
Kerngedachte: Zo verschillend als wij bepaalde samenhangen zien, zo verschillend zullen we ook de kenmerken van onze navolging beschrijven. Doen wij het alleen voor ons zelf, zijn steeds onze kerkelijke traditie, ons eigen karakter en ons gevoel t.o.v. Jezus Christus een beslissende factor. Als we de mogelijkheid hadden, dat iemand anders onze navolging zou beschrijven, wat zou hij dan over ons zeggen? In het evangelie lezen we wat Jezus Christus zelf daarover zegt.
Drie korte ontmoetingen met mensen uit de naaste omgeving van Jezus, zoals Lucas die voor ons beschrijft.
De eerste meldt zich vrijwillig en volmondig: “Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.” (Lucas 9:57) Op een vergelijkbare plaats in het evangelie van Matteüs lezen we, dat het een Farizeeër was, iemand die wist wat hij zei? Jezus liet hem, door zijn antwoord tot nadenken gebracht, achter en wendde zich meteen tot een andere volgeling, – ‘kennismakingsgesprek’ beëindigd (Lucas 9:57-58).
Door het enthousiasme van het ogenblik en het gadeslaan van de massa bood hij zich aan de Here Jezus te volgen. Jezus brengt hem tot nuchtere bezinning en tot de mogelijkheid te beseffen, dat zo’n beslissing moet rijpen. De confrontatie met de redeloze schepsels (vossen en vogels) doet vermoeden hoe ontheemd en weinig benijdenswaardig de navolging kan zijn. Bijna op de manier van een zielzorger brengt Hij deze man tot bezinning. Hoe lang heeft Nikodemus niet nodig gehad om ernst te maken met zijn navolging en belijdenis?
Voor een joodse leerling was het in deze tijd niets bijzonders zijn rabbi of leraar te volgen. Het was gebruikelijk, dat men voor zichzelf leraren zocht, met wie men verder kwam. Welke waardering zou Jezus bij deze Farizeeër gehad hebben? De Farizeeër stelde dus ook in het vooruitzicht, hoewel hij tot een hogere klasse behoorde, per direct Jezus als Heer en leraar te erkennen en Hem onvoorwaardelijk te volgen, waarheen Hij ook ging? Precies vanaf deze plaats in de tekst, wendde zich de weg van Jezus richting Jeruzalem!
“Om met de navolging te beginnen, moet men zich losmaken van aanwezige verplichtingen; zich mobiliseren, alles achter zich laten, wat ophoudt”. (citaat uit ‘nieuwtestamentisch woordenboek’ van Ralf Luther). De joodse orde bestond uit 613 wetten van Mozes, uitgebreid door de Misjna (de mondelinge Thora) met duizenden aanvullingen en ze regelden het religieuze en maatschappelijke leven. Deze ‘comfortzone’ zou men achter zich moeten laten, zich moeten mobiliseren en Jezus Christus moeten volgen, tegen de stroom in?
De tweede werd door Jezus zelf geroepen: “Volg Mij!” Het was geen gunstig ogenblik, geen antwoord op zijn roep en zijn reactie leidde hem eerst juist weg van Jezus. Bijna zonder piëteit wat Jezus eist (Lucas 9:59-60).
De geestelijke toestand van de mensen maakte Jezus treurig. Er waren er maar weinig die het rijk Gods aangenomen hadden en verkondigden. In ‘het zich afwenden’ van Jezus lag de beslissing te volstaan met de dood.
Hogepriesters, Nasireeërs en aan God gewijde mensen was het verboden de doden aan te raken en ze zouden zichzelf aan vader of moeder verontreinigd hebben. Er waren slechts enkele ogenblikken tijd. Hoe beknopt Jezus deze mensen tot een beslissing brengt, toont hoe smal de weg is tussen leven en dood en hoe ernstig Hij zelfs boven zeden en traditie de navolging opeist. Jezus stelt de roep van het Rijk Gods boven alles.
De derde had er een duidelijke voorstelling van hoe zijn navolging zou kunnen beginnen. Dit zei hij tegen Jezus en moest horen: “Wie de hand aan de ploeg slaat er achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.” Navolging duldt geen uitstel (Lucas 9:61- 62).
Hoe verraderlijk is dit ‘eerst’ in de vele uitwijkmanoeuvres in onze tijd.
“Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.” (Matteüs 6:33) De Palestijnse ploeg wordt met één hand bestuurd. Meestal houdt de linkerhand hem loodrecht, regelt gelijktijdig de diepte en tilt hem over stenen in het veld. Met de rechterhand worden via een twee meter lange stok de ossen gedreven en tussendoor bekijkt men ook nog het ontstaan en de richting van de voren. Omdat de ploeg heel licht is, vergt deze manier van ploegen de hoogste opmerkzaamheid. Wie zich af laat leiden of zelfs achterom kijkt, zal geen goed resultaat bereiken.
Tenslotte nog vijf punten om dit Bijbelwoord samen te vatten:
1. Jezus heeft prioriteit boven al het andere, ook boven ouders en gezin.
2. Met de redding voor het komende oordeel en daarmee ook met de
verkondiging van het Rijk Gods moet haast gemaakt worden.
3. De roep in de navolging te staan moet direct aangenomen worden; dit duldt
geen uitstel.
4. De navolging van Jezus kost veel. Het is een lijdensweg, maar ze is ook kostbaar
en loont zich.
5. Wat op het eerste gezicht in tegenspraak lijkt, vormt toch een eenheid door het
ene gemeenschappelijke doel van al deze woorden: namelijk zielzorg, die ons
geestelijk verder brengt.
Nieuw is dit Bijbelwoord niet voor ons. Nieuw is het vermanende van deze gedachten ook niet. Menige ploegvoor is krom en soms schrikken we van de afwijking tussen eis en werkelijkheid.
Een gedachte van Thomas Harry, een in Nederland minder bekende schrijver, die ons in ons leven en onze navolging leidt: “Menigmaal ben ik wereldkampioen in de kunst van zelfoverschatting. Ik beeld me in, dat deze dingen weten hetzelfde is als ernaar leven.”
In lied 54 van ons gezangboek vinden we een verdere samenvatting:
“Heiland Jezus, goede Herder, die uw schapen trouw behoedt, op de wei van de gemeenschap, ons met overvloed steeds voedt. Mochten wij U ’t allen tijd’ volgen in gehoorzaamheid; zodat U ook in dit heden ieders ziel als Herder leidt.”
Ik hoop dat we dit krachtig en uit volle overtuiging zullen meezingen en niet alleen omdat het een prettig lied is om te zingen.
A. Gross
Bericht vervalt automatisch op dinsdag 19 mei , 2026