Woord van de week – 2 juni

WB_24_06_2           Voor zondag 2 juni 2024
Horen wij de stem van onze Heer?                         1 Samuël 3:1-10
 
1 De jonge Samuël diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuël lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. 4 Toen riep de HEER Samuël. ‘Ja, ‘antwoordde Samuël. 5 Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuël weer lag te slapen, 6  riep de HEER hem opnieuw. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’ 7 Samuël had de HEER nog niet leren kennen, want de HEER had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. 8 Opnieuw riep de HEER Samuël, voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep. 9 Hij zei tegen Samuël: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’ Samuël legde zich weer te slapen, 10 en de HEER kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuël! Samuël!’ En Samuël antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’
 
Verdere Bijbelteksten: Jesaja 41:8-14; Matteüs 10:16-20; Johannes 14:15-19; Johannes 15:6-16; Psalmen 47:9.
Kerngedachte: Wij kunnen en mogen erop rekenen, dat God ook nu nog tot ons spreekt, hoe dat er dan ook concreet uit mag zien. Het is belangrijk onze zintuigen daarop af te stemmen.
Opmerking vooraf:
De zondag “Exaudi” = “verhoor”) nodigt met de verwijzing naar Psalmen 27:7: “Hoor mij, Heer” uit zich bewust te maken hoe belangrijk het  luisteren is. In het intermenselijke verkeer gaat het bij het horen niet om het feitelijk opnemen van hetgeen wordt gezegd, maar ook om het waarnemen van de “tussentonen”. Welke ondertonen trillen mee (enthousiasme, agressiviteit, verdriet en nog veel meer)? Soms zijn de ondertonen belangrijker dan het gezegde zelf. In een grote verscheidenheid van stemmen is het belangrijk te beluisteren wie iets en wat heeft gezegd, evenzo gaat het erom het belangrijke uit het minder belangrijke te filteren.
Achtergrond:
Samuël was één van de belangrijkste profeten van Israël, reeds als jongen was hij “zeer geliefd, zowel bij de HEER als bij de mensen.” (1 Samuël 2:26) Hij volgt uiteindelijk bij Eli, de hogepriester, een soort opleiding, waaraan het voorrecht is verbonden in de tempel in de nabijheid van het allerheiligste te mogen overnachten. Eli lijkt qua karakter niet aan het ideaalbeeld van een hogepriester te voldoen, vandaar dat in het tweede hoofdstuk van het boek Samuël ook sprake is van de aankondiging van het oordeel over het familie van Eli. Niettemin heeft hij het enig juiste idee op het beslissende moment, waarin hij Samuël aanraadt te zeggen: “’Spreek, HEER, uw dienaar luistert.’” (1 Samuël 3:9) Het heeft wel iets merkwaardigs, dat Eli en Samuël beiden de nacht doorbrengen naast het allerheiligste, de plaats, waar de mensen Gods voortdurende aanwezigheid in de ark van het verbond veronderstelden en eerst geen van beiden op het idee komt, dat het God zou kunnen zijn, die vraagt om gehoord te worden.
 
Uitleg:
Natuurlijk kunnen wij hier ietwat hooghartig lachen over de ogenschijnlijke traagheid van begrip van Samuël. Hoe kan het toch gebeuren, dat iemand de stem van God niet als zodanig waarneemt? We kunnen echter ook eerlijk met dit verhaal omgaan en ons persoonlijk afvragen, of wij zelf al eens de stem van God gehoord of zelfs genegeerd hebben. Het hoeft immers niet per se een sonore stem van buitenaf zijn, misschien is het ook een zachte stem, die ons innerlijk wil raken. In ieder geval heeft ze een kwaliteit, die ons leven kan veranderen, als wij  – net als Samuël – bereid zijn ons er bewust mee bezig te houden en te luisteren.
Wij zijn geneigd onze Heer een “tijdslot” toe te kennen, waarin wij bereid zijn ons met Hem bezig te houden. Dat kunnen diensten en persoonlijke gebedstijden zijn. En hoe zit het, als Hij tussendoor iets van ons wil? Horen wij zijn stem? Houden wij er eigenlijk wel rekening mee? – Goed, als dat zo is!
Ik las jaren geleden een boek van een Zuid-Amerikaanse predikant, die van mening was dat vaste gebedstijden weliswaar belangrijk, maar niet genoeg waren en het standpunt innam, dat het leven idealiter door een voortdurende gebedsdialoog met onze Heer gekenmerkt zou moeten zijn.  Er werd ook op uiterst humoristische wijze geïllustreerd hoe zo’n gebedscultuur veranderingen tot in de kleinste details van zijn dagelijks leven teweeg bracht.
“24/7” bereikbaar voor God (24 uur op zeven dagen in de week) en dat 365 dagen per jaar? Er zijn wellicht gebieden, waar minder meer is, maar kan men van de nabijheid van God, zijn input en wijsheid eigenlijk wel  genoeg krijgen?
Ik wens voor ons allemaal het verlangen naar  “meer” van God in ons leven en de bereidheid alle zintuigen op Hem af te stemmen: “’Spreek, HEER, uw dienaar luistert.’” (1 Samuël 3:9)
U. Keller

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 2 juli , 2024