Woord van de week – 22 februari

WB_26_02_22                     1ste zondag 40 dagentijd, Voor zondag 22 februari  2026                                          
   
 
Jezus in de woestijn                                                                           Marcus 1:12-15 
 
12Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. 13Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.
14Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. 15Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’
 
Kerngedachte: De evangelist Marcus brengt ons in hoog tempo zijn boodschap. Kort en krachtig, niet meer woorden dan noodzakelijk. In een paar pennenstreken is hij al waar hij zijn wil. Jezus trekt de woestijn in, wordt bekoord, komt terug naar Galilea en verkondigt het Rijk Gods. Waarom wordt dit korte evangelie gelezen op de eerste zondag van de Vastentijd? Het gaat om de laatste regel: “Bekeert U en gelooft in de Blijde Boodschap!” Dat is als het ware het spandoek dat aan het begin van de Veertigdagentijd wordt opgehangen.
 
“De Geest drijft Jezus naar de woestijn”. Dat zinnetje klinkt zo eenvoudig, maar als je ooit een reis naar Palestina zou maken, dan kan een tocht door de woestijn een grote indruk op je maken. Nergens werkt de eenzaamheid dieper op je in, nergens voel je je zo verloren als in de woestijn. Veertig jaar lang zwerft het Joodse Volk door de woestijn voordat ze het Beloofde Land binnen mag gaan. Paulus trekt zich na zijn bekering op weg naar Damascus in de woestijn terug. Na zijn doop in de rivier de Jordaan trekt Jezus, door de Geest van God gedreven, naar de woestijn. In stilte en eenzaamheid denkt Hij na over zijn zending en over de consequenties die daaruit voortvloeien.
 
Jezus is met ‘lege handen’ de woestijn in gegaan, Hij vast daar alle dagen!Hij worstelt met zijn roeping. Hij is niet de koning die de mensen willen dat Hij is. Hij wordt uitgedaagd macht te grijpen, maar hij weerstaat die verleiding. In die leegte en met zijn handen volkomen leeg, kunnen ‘engelen’ voor Hem zorgen, kan Hij ontvangen.
 
In de woestijn is er geen heg, waarachter je je kunt verstoppen. Het is geen drukte, waarin je je kunt verliezen. Maar kun je, wonend in het overvolle vlakke Nederland, de woestijn in gaan? Misschien kun je de woestijn in jezelf scheppen, stilte zoeken, tijd vrij maken voor de dingen van God, je even niet laten meesleuren door de stroom van de tijd. De woestijn intrekken wil zeggen: eindelijk eens ruimte geven aan je honger en dorst naar God. De woestijn intrekken wil ook zeggen: je bezinnen op de mogelijkheden om je broeder of zuster in nood bij te staan.
 
Als we kijken naar hoe God een verbond sloot met Noach, dan zien we dat Hij een regenboog aan de hemel plaatst als teken van het verbond. God plaatst een boog in de wolken: een teken dat de aarde nooit meer zal ondergaan in een zondvloed. Intussen weten wij dat niet God, maar wijzelf de schepping aan het verwoesten zijn. Als vijandelijke legers zich in slagorden tegenover elkaar opstellen, roepen de haviken aan beide zijden, dat er nu – na al die gesprekken – maar eens harde en onverbiddelijke klappen moeten worden uitgedeeld, want ook in het groot geldt het spreekwoord: “Wie niet horen wil, moet maar voelen!” Zo groeien nieuwe wraakgevoelens, nieuwe vetes en wordt de kiem gelegd voor een volgende oorlog. Toen God, die de zondvloed al eens had meegemaakt, zei: “Dat nooit meer!” plaatste God zijn boog aan de hemel, een brug, een sterke verbinding tussen hemel en aarde.
 
Een boog tussen hemel en aarde, en miljoenen vluchtelingen: mensen zonder huis en haard, op de vlucht voor het zware geweld. Een boog tussen hemel en aarde. Daar, in de woestijn, is er harmonie gekomen tussen Jezus en de wilde dieren. Daar is vrede ontstaan in het hart van een mens die ons goddelijk wegen kan wijzen. Daar is God opnieuw begonnen: geen duivel die er tussen kan komen, geen woestijn die ons deren zal.
 
Een boog tussen hemel en aarde. Kijk naar ons mensen: gelouterd, de pijn voorbij, de moed hervonden. Gevallen soms en toch weer opgestaan; gewond in hart en ziel en desondanks: we leven nog. Als we in deze veertigdagentijd met z’n allen de woestijn in willen, dan gaat God voor ons uit. Hij zal ons in deze vastentijd voeren naar de verblijfplaats van Jezus Christus en Hij zal ons voeden met elk woord dat uit zijn mond komt. Je bekeren tot Jezus, geloven in het Rijk Gods, is gaan inzien waar het in ons leven werkelijk om draait. De Veertigdagentijd kan voor ons een oefentijd worden, waarin we gaan ontdekken dat ’t ánders kan en ánders mag, dat we ons leven ánders mogen gaan inrichten. Dan opent Pasen ons hart en onze handen.
 
 
                                                                                                                       Ineke Ras
 
 
 
 

Bericht vervalt automatisch op zondag 22 maart , 2026