WB_26_03_22 Voor zondag 22 maart 2026, 5de zondag van de 40 dagentijd
De graankorrel Johannes 12:20-33
20Nu was er ook een aantal Grieken naar het feest gekomen om God te aanbidden. 21Zij gingen naar Filippus uit Betsaïda in Galilea, en vroegen hem of ze Jezus konden ontmoeten. 22Filippus ging dat tegen Andreas zeggen en samen gingen ze naar Jezus. 23Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. 24Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. 25Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. 26Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.
27Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen. 28Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’ 29De mensen die daar stonden en dit hoorden, zeiden: ‘Een donderslag!’ Maar er waren er ook die zeiden dat het een engel was die tegen hem gesproken had. 30Jezus zei: ‘Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u. 31Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden. 32Wanneer ik van de aarde omhooggeheven word, zal ik iedereen naar mij toe halen.’ 33Daarmee bedoelde hij de wijze waarop hij zou sterven.
Kerngedachte: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht’ (Johannes 12:24). Wij mogen het ons dierbaar geworden oude loslaten, want het nieuwe zal ons zegenrijk veranderen.
In de geschiedenis die Johannes hier vertelt, ziet het er in eerste instantie niet naar uit dat Jezus überhaupt op het verzoek van de jongeren ingaat. Er willen gelovige Grieken Jezus zien. De Grieken moesten in de tijd van Jezus door de joden eigenlijk meer gevreesd worden dan de Romeinen. Ze waren geen militaire of politieke vijanden, ze vormden een cultureel gevaar. Ongeveer zoals de westerlingen nu voor de islam in het Midden-Oosten. Nu waren er in Jeruzalem Grieken die naar een van de apostelen toe kwamen met de vraag of hij voor hen geen afspraak met Jezus kon regelen. Ze wilden de man die ze hadden zien toejuichen toen hij op een ezel de stad binnenreed, wel eens van nabij zien. Wat zochten die Grieken? Grieken zoeken wijsheid, schrijft Paulus Zij waren van ver gekomen voor het Paasfeest, om volgens de joodse wetten in Jeruzalem te bidden. We kunnen er vanuit gaan dat Johannes met het woord ‘zien’ niet bekijken van een afstand, maar een persoonlijk treffen met Jezus bedoelt. Je zou toch denken, wat een blijde gebeurtenis!
Alle werkelijk grote dingen ontwikkelen zich in stilte, zonder lawaai, zonder overbodige luxe en groeien en rijpen in stilte naar hun bestemming. Men ziet het groeiproces, maar men beschouwt het als iets vanzelfsprekends. Plotseling ziet men dat het tere groen dat door de aarde was heen gebroken, veranderd is in het golvende goud van de aren. De noeste arbeid van de boer en Gods zegen hebben dit wonder der stilte volbracht.
Zo gaat het ook met de ontwikkeling van het geloof. Niet de pracht en praal van de grote kerkgebouwen, niet de massaliteit van grote manifestaties, niet de mensen met de grootste mond zijn het, die de rijpheid van het geloof tot stand brengen. Niet degene die het hardst zingt, zingt het best, maar degene die de fijnere hartens snaren weet te bespelen. Neen, het voortdurend innerlijk rijpen en groeien van de enkeling is het dat het geloof ontwikkelt. Voor het zover is moet men vaak een lange en doornenvolle weg gaan. Geloof is allereerst zaad dat in onze ziel is neergelegd. Daarna moet echter de verzorgende arbeid van de ‘landbouwer’ volgen (dienaren, broeders en zusters). Maar dat alles zou nog te weinig zijn, als God niet steeds opnieuw zijn hulp en zegen als zon der genade zou geven. Wind en onweer, zon en regen, hitte en kou zijn allen noodzakelijk om het rijpingsproces te voltooien. Goede en slechte dagen, vreugde en smart, zorg en tevredenheid zijn evenzeer noodzakelijk om het geloof van de mens te laten rijpen.
Wij moeten steeds weer proberen in alle stilte te luisteren, gehoorzaam zijn aan de wil van God om zo zijn nabijheid te kunnen waarnemen en ervaren. Rijpen betekent geduld hebben. Alleen het onkruid schiet snel omhoog. Het goede gewas moet diep wortel schieten en kracht van boven (van God) en van beneden (uit de akker der gemeenschap) ontvangen.
Kijk naar dat kleine graankorreltje: het is al zo klein, maar nu valt het in de aarde, en je ziet er niets meer van. Nu gaan we een tijdje weg en komen pas maanden later terug. KIJK! Ziet u het? Een grote oogst! Veel vrucht! Het rijpe koren vult golvend de akker. Zo is Jezus. Zo groot: de Zoon van God, uit de hemel.
Zo klein: een nederige Mens, een graankorreltje dat in de aarde valt en sterft.
Maar wat een geweldige oogst in de eeuwigheid: u en ik, en miljoenen van Gods kinderen.
Aan die wet van de graankorrel die moet sterven heeft Jezus gehoorzaamd. Hij heeft zijn dood niet gezocht, maar hij is er ook niet voor gevlucht toen zijn uur gekomen was. Hij wist dat het zijn verheerlijking zou worden. De vrucht uit het zaad van zijn dood. Het werd bevestigd door een stem die klonk als een donderslag bij heldere hemel.
De mooiste vruchten groeien vaak op bijna onzichtbare plaatsen. Vruchten die het meest in het oog springen, worden vaak het eerst door de vogels aangepikt.
Zo is het geestelijk ook!
Ja graag zegent Hij zijn kind’ren,
geeft hun menig liefdeblijk;
dat ’t geloof niet zal vermind’ren,
noch de liefde voor Gods Rijk.
Dat zijn Werk in ons mag groeien,
als een planting, Hem ter eer;
en de vrucht – d’erkenning – rijpe;
“Zalig, die U kent, o Heer!”
(lied 28, 2e couplet)
Amen.
(naar gedachten uit een weekbrief van 27 mei 1979) J.T. den Haan
Bericht vervalt automatisch op woensdag 22 april , 2026