Woord van de week – 22 maart

Lezen: Lucas 15:11-32

“Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden. En ze begonnen feest te vieren.”

Lucas 15:23b-24

Doorheen de eeuwen is God in verschillende culturen op vele manieren en met veel verbeeldingskracht afgebeeld. In deze parabel vinden we een beeld van Jezus dat eigenlijk onvoorstelbaar is: dat van een liefhebbende vader, die zijn nietsnut van een zoon er niet van weerhoudt schande over hemzelf en zijn familie te brengen. Een vader die zijn zoon niet enkel vergeeft, maar hem ook nog eens om de hals vliegt, diens verontschuldiging onderbreekt en een groots feest organiseert om zijn vreugde te uiten. Lieve Heer, wat er ook met mij moge gebeuren, laat mij dit beeld van U nooit vergeten, laat mij aan dit beeld nooit twijfelen. God is niet partijdig. Hij hield evenveel van de oudste zoon als van de jongste. Alleen heeft ditmaal de jongste zoon meer zorg en tastbare tekens van liefde en erkenning nodig. Zowel wanneer ik nood heb aan vergeving als op andere momenten wanneer ik het gevoel heb dat alles goed gaat, zou ik me bewust moeten zijn van Gods liefde, die Hij ons altijd schenkt in het gebed.

Jezus verrichtte geen half werk en Hij verwacht van ons hetzelfde. Deze parabel toont de ware aard van vergeving. Het is meer dan zeggen: “Ik vergeef je”. Het is stappen zetten om de persoon te ontmoeten die ons gekwetst heeft, onze armen rond die persoon slaan en hem of haar dicht bij ons hart houden. Is er iemand in mijn leven die mijn vergeving van harte nodig heeft?

In wie herken ik mezelf, in deze parabel? In de oudere broer, die woedend wordt bij het zien van zoveel liefde en vergeving die spontaan en ongedwongen aan zijn onwaardige broer wordt geschonken? Of in de jongere broer, die in alle eenvoud zijn vaders liefhebbende omhelzing aanvaardt?

De vader houdt van beide zonen, zowel van de slechte als van de boze. Hij blijft ze allebei zijn zoons noemen. Zelfs als beiden hem voor aap zetten. In dit verhaal onthult Jezus hoe zijn eigen Vader is. Dat ik geloven mag dat de hand van God zich altijd uitstrekt naar zondaars, mijzelf incluis. Nooit houdt God op om het beste voor mij te wensen. Mag ik een beetje zijn zoals de Vader, tegenover degenen die mij pijn doen en vernederen.

God nodigt ons allemaal uit voor een heel groot feest. Dit is het drama van de menselijke geschiedenis. De goddelijke wereld is onze thuis. Daar zal ieder worden welkom geheten en belangrijk zijn. We zullen samen feest vieren en verrukking scheppen in elkaar. De sfeer zal er een van altijddurende vreugde zijn. Heer, als ik mij verloren voel en dood, als alles mij tegen zit, herinner mij dan aan de droom die U voor mij heeft. Als ik mij over anderen zorgen maak, mag ik er dan op vertrouwen dat uw uitnodiging aan hen nooit zal worden ingetrokken, onafhankelijk van wat zij doen.

Naar een artikel van de Jezuïeten