Woord van de week – 23 november

WB_25_11_23   Eeuwigheidszondag. Voor zondag 23 november 2025
De Heer bevrijdt zijn gevangenen                                    Psalmen 126
1Een pelgrimslied.
Toen de HEER het lot van Sion keerde, was het of wij droomden, 2een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.
Toen zeiden alle volken:
‘De HEER heeft voor hen iets groots verricht.’3Ja, de HEER had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.
4Keer ook nu ons lot, HEER,zoals u water doet weerkeren in de woestijn.5Zij die in tranen zaaien,zullen oogsten met gejuich.
6Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.
 
Weekspreuk:  “Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend” (Lucas 12:35).
Thema: De eeuwige stad.
Overige Bijbelteksten: Matteüs 22:23-33; Hebreeën 4:9-11; Tessalonicenzen 4:13-18; Psalmen 16:11.
Kerngedachte: Ik droom van een wereld zonder leed en pijn, zonder scheiding en tranen, een wereld, waarin de dood zijn gruwel verliest. 
Opmerking vooraf: 
God woont onder ons, op een nieuwe aarde, in een nieuwe hemel. Het lijkt net een droom. Wie God volgt, zal zalig worden. Dit vooruitzicht op Gods beloften heeft nu al een veranderende kracht. Het laat ons hopen en erop wachten, zoals een bruid wacht op de komst van haar bruidegom wacht, die het grote huwelijksfeest inluidt. God maakt waar wat Hij belooft. In deze hoop herdenken de christenen op deze zondag, dat wij allemaal, levenden en doden, op weg naar de beloofde eeuwigheid zijn.
 
Uitleg:
Als wij dromen, gebeurt dat meestal als wij slapen en wij hebben zelf weinig tot geen invloed op de inhoud van de droom. Voor de psalmist betekende dromen inzichten te krijgen in gebieden, die voor het menselijk oog verboden waren.
Dromen komen van buitenaf, van wat ons bewust, onder- en onbewust vormt. Onze droomwereld is daarom voor ons net zo “echt” als de wereld in een wakkere staat, zij het dan op een andere manier. 
Zo mogen wij in Psalmen 126 lezen wat het betekent te zijn zoals de dromers. Wij maken een wereld mee, die niet anders dan in een droom kan worden begrepen – want de zichtbare werkelijkheid van ons bestaan ziet er anders uit.
Psalmen 126 is een gebed van een gemeente, die erop wacht en vertrouwt, dat God terugkeert naar zijn volk en met deze terugkeer leven en zegen brengt, zoals het stromen van water in een drooggevallen rivierbedding. Psalmen 126 is het bedevaartlied van een gemeente, die door de aardse tijd op weg is naar de eeuwigheid is.
Het grote thema van Psalmen 126 is de overwinning van de afstand tot God. God zelf keert terug, richt zich op zijn volk en daarmee wordt ook het lot van het volk gekeerd. Aan de overwinning van de afstand tot God is een grenzeloze vreugde verbonden, tranen van verdriet veranderen in groot gejuich.
Het vooruitzicht van het verlossingsdaden van God geeft hoop. Wij moeten niet verzinken in leed en verdriet, maar mogen onze blik richten op Hem, die ons leven ziet, die zich op zijn tijd op ons zal richten en ons niet aan de verdoemenis overlaat.
“Ik zal weer kunnen lachen!” Dat is vertrouwen, dat uit het hart komt. De tijd van leed en verdriet zal worden overwonnen. Vaak praten wij erover, dat ongeluk toeslaat. De dood kan een geliefd mens onverwacht uit het leven rukken. Onverwacht komt er een slecht, verpletterend bericht. Inspanning en uitputting kunnen een permanente toestand worden. Op Eeuwigheidszondag gaat het precies de andere kant op. Plotseling opent de hemel zich. Om te beschrijven wat dat zal zijn, wordt alles tevoorschijn geroepen, waarvan wij anders alleen maar kunnen dromen. Onbeschrijflijk gejuich, ongelooflijke blijdschap, een nooit eindigend feest. En het mooiste zal zijn, dat alle nog geldende menselijke en aardse omstandigheden ongedaan zijn gemaakt, dat alle tranen, alle leed, alle onverenigbaarheden, alles wat het leven verwoest niet meer zullen bestaan.
En plotseling wordt een droom heel echt. Wij mogen ons met verbazing ermee inlaten en dat zal ons veranderen. De blijde verwachting van het rijk van God geeft ons moed en vertrouwen. Deze toekomst is niet iets dat “zou kunnen gebeuren” en waarop “bedeesd is te hopen“, maar een vaststaande zekerheid, die ons leven vorm zal geven. 
Om te beschrijven hoe het zal zijn, als het rijk van God zichtbaar wordt, worden veel beelden gebruikt. Het beeld van het zaaien met tranen en het oogsten met blijdschap spreekt nog een keer van de grote daden van God en de dank, waarmee de mensen daarop zullen reageren. Dan is er geen verdriet meer, maar vreugde.
Wij kunnen er nu al mee beginnen, verdriet in blijdschap en dankbaarheid te veranderen, omdat wij hoop putten uit het vertrouwen in het wonen in Gods heerlijkheid.  In een Duits lied (vertaald “Wordt wakker, roept ons de stem) luidt het in het derde couplet: … zulke vreugde heeft geen oog ooit gezien, geen oor ooit gehoord. Daarom juichen en zingen wij voor U het halleluja voor eeuwig en altijd!”
Met het oog op de beginnende Advent in de komende week lezen wij in Johannes 1:14: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.”
God is al tot ons gekomen en het wordt mooier en beter dan elke droom, die wij graag willen zien. Wij zijn op weg naar Gods rijk.
            E. Heckmann
 

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 23 december , 2025