WB_26_04_26 Voor zondag 26 april 2026
Geloofsversterking 1 Koningen 19:1-8
1Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan, ook dat hij alle profeten ter dood had gebracht. 2Toen liet Izebel Elia de volgende boodschap overbrengen: ‘De goden mogen met mij doen wat ze willen als u morgen om deze tijd niet hetzelfde lot ondergaat als zij.’ 3Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden. Bij Berseba in Juda aangekomen liet hij zijn knecht achter 4en zelf trok hij één dagreis ver de woestijn in. Daar ging hij onder een bremstruik zitten, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, HEER. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’ 5Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’ 6Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen. 7Maar de engel van de HEER kwam terug, raakte hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je. 8Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God.
Kerngedachte: ‘Burn-out’ noemt men het tegenwoordig, als een mens innerlijk opgebrand, vertwijfeld, uitgeput is, als men gekweld, bezwaard wordt, geen kracht meer als tegenwicht heeft. Zoiets kan iemand ook in zijn verbintenis met Jezus, met God, in de gemeentearbeid of heel algemeen in de navolging van Jezus overkomen.
Hoe voelt u zich momenteel? Gaat het u niet zo goed? Let dan op ons Bijbelwoord, want het kan u tot hulp zijn, als u eens moe en uitgeput bent. Voelt u zich opgebrand, luister dan ook, omdat het woord u kan opwekken te bedenken hoe met de situatie kan worden omgegaan.
Elia had in het verleden geweldige ervaringen met zijn God gehad. Bij de beek Krith werd hij op een unieke manier verzorgd door de raven, bij de weduwe van Sarfath raakten het meel en de olie niet op, de gestorven zoon werd in het leven teruggeroepen en uiteindelijk openbaarde God zich als de ware levende God van Israël op de berg Karmel, want de Baälpriesters werden schuldig bevonden aan afgoderij en gedood. Zulke geweldige geloofservaringen zouden hem dus hebben kunnen sterken.
Dan bereikte hem een boodschap van koningin Izebel, die de bodem onder zijn voeten wegsloeg. Hij was bang en vluchtte voor zijn leven (1 Koningen 19:3), ging in de woestijn en wilde sterven (1 Koningen 19:4). – Vluchtreflex, tenderen naar isolement, verlies van eigenwaarde zijn reacties op negatieve ervaringen. Een sterke wordt zwak, zelfs depressief.
– Dat was teveel voor Elia. Hij had zijn uiterste best gedaan voor God, had het geloof in Hem voor het volk verdedigd en nu moet hij boeten voor het verwijderen van de afgoderij. Dat was als een ‘knock-out’ voor Elia. Hij wil niet meer.
Zo dramatisch als bij Elia zal het hopelijk bij ons niet zijn. Onder ons zijn er echter ook velen die zich onvermoeibaar ervoor inzetten, dat de boodschap van God, het evangelie van Jezus Christus, de harten van de mensen bereikt. Zij moeten echter ook ondervinden, dat zij tegen grenzen botsen, die vaak onoverkomelijk lijken. Menige goed gemeende impuls tot ontwikkeling van de gemeente wordt snel bekritiseerd en in twijfel getrokken. Dan worden vaak ondoordachte uitingen gedaan, die kunnen krenken en kwetsen, zodat men het liefst het bijltje erbij neer wil gooien.
De vermoeidheid (krachteloosheid, berusting, het ongeloof) van de mensen is ook in onze gemeente vaak tastbaar. Hoe moeten wij daar mee omgaan? Wat doen wij als ons de kracht ontvalt? Het Bijbelwoord wil ons een paar aanwijzingen geven.
Elia krijgt rust geschonken, hij mag slapen. Dat is een geschenk van God aan hem. Er is niemand, die achter hem staat en zegt dat hij eerst nog dit of dat moet doen en dat hij nu niet mag opgeven. Hij krijgt de rust, die hij echt nodig heeft.
Hoe is dat bij ons? Maken wij niet vaak de nacht tot dag, omdat de tijd niet toereikend is om alles te doen wat ons werd opgedragen? Slapeloosheid is al een volksziekte geworden. De man Gods mag echter slapen, God schenkt hem een ‘time-out’.
Ook wij mogen steeds weer een keer pauzeren. Dagelijks na werktijd, wekelijks op de zondag, de rustdag van de week. God heeft het zo ingericht. Hij eist niet, dat wij dag in dag uit 24 uur op de been zijn. Het is belangrijk de juiste verhouding in het leven tussen rust en arbeid te vinden (zie Genesis 8:22).
De slaap is een element van Gods versterking. Elia krijgt echter nog meer. Er komt een engel van God, die hem heel zacht aanraakt en zegt: “Word wakker en eet wat.” Het is niet veel, wat Elia daar krijgt: brood en water, maar het is precies het juiste. Wij zouden misschien denken, dat het niet veel voorstelt, alleen brood en water.
Dat zijn echter bij uitstek de levensmiddelen. In het water is alles wat ons lichaam nodig heeft om een levend wezen te zijn. Water verfrist, montert op, stimuleert. Een duik in het koele nat doet wonderen, als het hoogzomer is. Een slok uit een frisse bergbeek helpt de wandelaar zijn doel te bereiken. Wie geen water heeft, is in grote nood. Om water worden tegenwoordig (en in de toekomst naar verwachting nog meer) oorlogen gevoerd. Met water zijn wij gedoopt. God heeft het water tot een levensteken gemaakt.
Het brood is ook niet meer weg te denken uit onze voedselketen. Het is een primair voedingsmiddel. Brood geeft levenskracht. In het ‘Onze Vader’ bidden wij: “Geef ons heden ons dagelijks brood.” Daarmee bidden wij voor alle dingen, die wij nodig hebben om te leven. Brood is dus meer dan alleen gebakken deeg. Het is een symbool voor de kracht, die ons ten deel valt als wij het breken en eten, symbool voor de versterking, die ons vanuit God ten deel valt. Jezus heeft het brood genomen, het gebroken en gezegd: dat is voor u. Dat ben Ik voor u. Dat sterkt u en richt u op. Dat geeft u vermoeiden nieuwe kracht.
Brood en water – twee eenvoudige en toch zo werkzame middelen tegen berusting, tegen de angst en de hopeloosheid. God sterkte zo eertijds Elia – en ons vandaag nog.
Tot slot nog dit. Elia krijgt een engel. Ieder van ons kan voor een ander mens een engel zijn. Door een vriendelijk woord, een liefdevol gebaar, een blik, een glimlach. Er zijn veel mogelijkheden, die God gebruikt om anderen te sterken. Elia wordt tweemaal gesterkt door de engel. Eerst heel praktisch door brood en water, vervolgens echter ook door een nieuwe opdracht. Je hebt een lange weg voor je, maar Ik zal met je gaan en je begeleiden. Je bent niet alleen. Ik heb je niet verlaten en zal je ook niet verlaten. Elia ondervindt later op de berg Horeb hoe God is: teder, liefdevol, behoedzaam en toch machtig en verheven.
Ook ons zegt God: u hebt nog een lange weg voor u, maar Ik zal u begeleiden. Zie op en onderken, dat u op de weg in het leven bent. Mijn weg met u is een weg, die ook tijden van rust en versterking kent. Bij het avondmaal versterkt God ons door het brood des hemels. In iedere dienst ervaren wij de rusttijden, die ons tot versterking van ons geloof dienen.
S. Amann
Bericht vervalt automatisch op dinsdag 26 mei , 2026