Woord van de week – 28 april

WB_24_04_28                      Voor zondag 28 april 2024
 
“Een duivelse weddenschap”                                                     Job 2:1-3
 
1 Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook Satan maakte bij hem zijn opwachting. 2 De HEER vroeg aan Satan: ‘Waar kom je vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’ 3  De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad. Ja, hij is nog even onberispelijk als altijd, en jij hebt mij ertoe aangezet hem zonder reden te gronde te richten.’
 
Verdere Bijbelteksten: Lucas 22:31-34; Romeinen 6:12-14; Jakobus 1:12-18; Psalmen 91:1-6,9-12.
 
Kerngedachte: De geschiedenis van Job is ook onze geschiedenis.
 
Opmerking vooraf:
Iedere keer dat ik met de geschiedenis van Job word geconfronteerd, raak ik in de ban van dit verhaal en fascineert het mij steeds weer opnieuw. Ook komen  daarbij ook elke keer dezelfde vragen op, wat natuurlijk impliceert, dat op deze vragen tot nu toe vergeefs een antwoord is gezocht. Inmiddels is mijn visie met betrekking tot deze vragen echter ook een andere geworden. Er zijn misschien geen antwoorden op deze vragen – tenminste geen antwoorden, die die wij met onze menselijke en dus beperkte mogelijkheden zouden begrijpen. Ik heb een paar van deze vragen hieronder cursief weergegeven.
Maar in goede volgorde.
 
Uitleg:
Aan het begin van de geschiedenis van Job vernemen? wij, dat Job een zeer godsdienstige en welvarende man was. Hij was rijk aan landerijen, vee, personeel en vader van zeven zonen en drie dochters. Job is zo godsdienstig, dat hij zelfs voor de zonden van zijn kinderen brandoffers brengt aan God om Hem niet boos te maken.
Hier al (we zijn nog in het eerste hoofdstuk) krijgt de geschiedenis nu een kader, dat een uitdaging voor ons voorstellingsvermogen vormt. Het komt tot een soort “hemelse bespreking”, waar  “Gods zonen” voor God treden – onder wie ook Satan (Job 1:6). (NB: Gods zonen zijn hemelse wezens (ook hemelbewoners genoemd), die het gevolg van God vormen en voor zijn troon verschijnen, Satan hoort daar ook bij).
Satan als één van “Gods zonen”?
Het komt tot een – in de waarste zin van het woord – “duivelse” weddenschap. Satan trekt het geloof van Job in twijfel en beweert, dat Job alleen maar vroom is, omdat hij rijk is en het hem goed gaat en wedt, dat als alles hem weggenomen wordt, Job wel met God zou breken. En God laat zich daarmee in!
God begint aan een weddenschap met Satan, ten koste van een godsdienstig mens?
Satan doodt daarop Jobs vee, zijn knechten en ook zijn kinderen en laat de tijdingen steeds door een overlevende aan Job brengen (Jobstijdingen). Als Job de catastrofes verneemt, valt hij op zijn knieën en roept God aan. Hij blijft echter godsdienstig en zondigt niet: “De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.” (Job 1:21) Maar daarmee was het nog niet genoeg (hier begint het Bijbelwoord van vandaag): Satan treedt opnieuw voor God en beweert, dat hij door een ziekte Job zou kunnen dwingen te breken met God. En weer staat God dat toe, maar onder de voorwaarde dat Jobs leven wordt gespaard.
Hoeveel bewijzen heeft God dan nog nodig om de trouw van zijn dienaar Job in te zien?
Job wordt vervolgens geteisterd door een ernstige ziekte en zelfs Jobs vrouw dringt er bij hem op aan zich met God te breken. Maar ook nu twijfelt Job nog steeds niet en blijft een godsdienstige man: ”Al het goede aanvaarden wij van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?” (Job 2:10)
Laten we hier Job en het ongewone kader van de hele gebeurtenis eens verlaten en ons afvragen wat wij uit deze ongewone “hemelse bespreking” mogen meenemen.
Het is steeds in het belang van de duivel een wig tussen God en de mensen te drijven om op die manier te bewerken, dat de mens aan God twijfelt en met HEM breekt. Hij probeert het bij u en mij – steeds weer. En hoe meer we op God vertrouwen, des te heftiger probeert hij het, steeds weer slaat de duivel onverwacht toe en verstrikt ons in een kluwen van verdriet, schulden, angst en twijfel.
Hoe vaak heeft hij daarmee succes?
– God laat de duivel een zekere speelruimte of anders gezegd: God laat het leed in deze wereld toe. We zien het in alle oorlogen en gruweldaden in deze wereld, maar natuurlijk ook in de heel persoonlijke noden, angsten en zorgen, die op zo’n veelsoortige manier aan de dag treden en ons doen vertwijfelen.
– God stelt de duivel echter een grens. Dat is misschien de belangrijkste boodschap uit het verhaal van Job en tevens aanleiding voor grote hoop en grote troost. God mag ons groot leed aandoen en ons aan zware verzoekingen van de duivel blootstellen, maar HIJ laat ons niet in de steek. Apostel Paulus schrijft hierover aan de gemeente in Korinte: “God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd” (1 Korintiërs 10:13). God staat er garant voor, dat de duivel niet zijn doel bereikt en ons van God vervreemdt – in ieder geval niet bestendig. Ons leven blijft in Gods hand en onaangetast door Satan!
– Deze zekerheid wordt ons door Jezus geschonken. Jezus is aan het kruis gestorven en heeft de weg naar God voor eens en altijd vrij gemaakt. Aan het boze is en blijft een duidelijke grens gesteld en door Jezus zal de duivel zijn weddenschap verliezen – toentertijd en nu.
– God staat ons bij in verzoekingen en leed. God stuurt Job in zijn (naar onze maatstaven) onmetelijk leed drie vrienden, die hem bezoeken en tijd voor hem nemen. Zeven dagen en zeven nachten zijn zij bij hem. Ze huilen en zwijgen met Job. (Later, als het zwijgen is doorbroken, komt het tot diverse twistgesprekken tussen Job en zijn drie vrienden – maar dat is een ander en niet minder interessant verhaal.)
Ten slotte spreekt God aan het einde van het boek Job zelf met hem (zonder antwoorden op zijn vragen te geven). Job beseft, dat hij zonder voorbehoud bij God hoort en dat de almacht van God niet iets is, dat hij mag betwijfelen en dat hij niet als adviseur van God mag fungeren (en dat alles geldt ook voor ons). Job wordt uiteindelijk door God genezen en wordt weer een gelukkig en rijk gezegend leven geschonken.
Maar de geschiedenis van Job is meer dan een verhaal met een “happy end”. Het is uw en mijn levensverhaal met alle verleidingen en verzoekingen, alle twijfel en onbeantwoorde vragen. Het is uw en mijn geschiedenis met God. En dit verhaal nodigt uit om – net als Job – uiteindelijk te kunnen zeggen: “Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd..”  (Job 42:5)
H. Reipen

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 28 mei , 2024