Woord van de week – 28 januari

WB_24_01_28 Voor zondag 28 januari 2024
 
De kracht en volmacht van Gods reddende boodschap Romeinen 1:13-17
13  U moest eens weten, broeders en zusters, hoe vaak ik me heb voorgenomen naar u toe te komen, om net als bij de andere volken ook bij u vruchtbaar werk te doen. Maar ik was tot nu toe steeds verhinderd. 14  Ik sta ten dienste van alle volken: van beschaafde en niet beschaafde, geletterde en ongeletterde, 15  en daarom is het mijn wens het evangelie ook aan u in Rome te verkondigen. 16  Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken. 17  In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’
 
Verdere Bijbelteksten:  Numeri 13-14 en verder; Jeremia 45:18-25; Johannes 4:46-54; Psalmen 97:1.
Kerngedachte: Het evangelie is er voor iedereen!
Opmerking vooraf:
Apostel Paulus schrijft aan mensen, die hij tot dan nog niet kent. Hij had al wel langer het voornemen naar Rome te reizen – vermoedelijk in het kader van een grote zendingsreis, die hem tot in Spanje zou moeten brengen – , maar was er steeds weer door onvoorzienbare omstandigheden van weerhouden. Omdat in de brief in de eerste vijftien hoofdstukken het woord “gemeente” niet wordt gebruikt, kan worden vermoed, dat er in Rome nog geen tot stand gekomen gemeente, maar veeleer een los verband van christenen was. Voor deze aanname spreekt, dat Paulus in de Romeinenbrief een gespannen verhouding tussen de christenen onder elkaar aanhaalt, al naar gelang ze Joodse dan wel heidense christenen waren. In tegenstelling tot de situatie in andere streken, was de rolverdeling in Rome zo, dat de meerderheid van de Joodse christenen, met hun afwijzing van brood en wijn en hun sabbatsgeboden, door de “verlichte” heidense christenen onder druk werden gezet in te stemmen met de vrijheid van de Joodse wettelijkheid door Christus. “Daaruit volgt het theologisch basale thema: Hoe kan God heidense christenen als gelijkwaardige leden van het volk van God toelaten, zonder dat Hij de trouw aan zijn volk opgeeft?” (citaat uit “Het Nieuwe Testament en vroegchristelijke geschriften” van het Duitse echtpaar Klaus Berger (theoloog, exegeet en publicist) en Christiane Nord (vertaalster))
Uitleg:
Een opmerkelijke uitspraak vinden we al enige verzen voor de perikoop van vandaag: “Allereerst dank ik door Jezus Christus mijn God voor u allen, omdat er in de hele wereld over uw geloof gesproken wordt.” (Romeinen 1:8) Paulus kent de christenen in Rome niet. Het is noch een gemeente waarin hij voorheen had gewerkt noch een gemeente, wiens oprichting van hem stamt. Paulus is er enthousiast over, dat mensen hun geloof in Christen betuigen, om het even welke “geschiedenis” ze meedragen. Hoe vaak maken we het tegenwoordig mee, misschien ook in de apostolische gemeenten, dat het werk van andere christenen niet wordt gevierd of in ieder geval gewaardeerd, ja misschien zelfs wordt gekleineerd. Het alle christenen verbindende principe: “Van de andere het geloof geloven” is helaas veel te vaak slechts theorie.
Het is daarom ook de gemeenschappelijke dialoog, die Paulus zoekt: “Ik verlang ernaar………… door elkaar bemoedigd te worden, ik door uw geloof en u door het mijne.” (Romeinen 1:11-12) Ook hier ondervinden wij af en toe tekortkomingen in het gezamenlijk onderweg zijn, zelfs in de eigen gemeenten.
Het is het duizenden jaren oude principe van zwakken en sterken. Doorgaans zeggen de sterken hoe het moet. Het is in principe niet slecht, als degenen, die vanuit hun ingeboren aard daartoe in staat zijn, die misschien bij de ene of andere situatie passende talenten hebben, dan ook dingen ophelderen, wegen bewandelen en de verantwoordelijkheid voor een groep overnemen. Het wordt echter problematisch, als zij daarmee anderen onderdrukken, betuttelen of ten slotte alleen zelf in de spotlight gaan staan. Het maakt hierbij niet uit, of dat bewust of onbewust gebeurt. Het is heel anders bij Paulus, als hij zijn motivatie heel open uitspreekt: “U moest eens weten, broeders en zusters, hoe vaak ik me heb voorgenomen naar u toe te komen, om net als bij de andere volken ook bij u vruchtbaar werk te doen.” (Romeinen 1:13) Hierbij keert Paulus zich ook heel open tegen restricties van welke aard dan ook, die mensen onder elkaar kunnen hebben. Hij maakt geen onderscheid tussen de zwakken (toentertijd in Rome de Joodse christenen, zie boven), de sterken, de beschaafden, de niet beschaafden, (op een andere plaats) de Romeinen, de Grieken,   “Ik sta ten dienste van alle volken: van beschaafde en niet beschaafde, geletterde en ongeletterde,” (Romeinen 1:14).
Paulus wil met zijn werk bij de christenen in Rome bereiken, dat de boodschap van het evangelie van Jezus door de broeders en zusters in geloof wordt aangenomen en tot redding leidt. Paulus beperkt deze goede boodschap daarbij echter niet slechts tot de al gelovig geworden christenen, zij geldt ook voor alle andere mensen: “…… het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.”  (Romeinen 1:16) Het zou voor ons tegenwoordig vanzelfsprekend moeten zijn, dat het evangelie er voor iedereen is. Niemand kan over zichzelf beweren, dat hij de genade en de redding van de blijde boodschap niet nodig heeft en niemand is onwaardig voor het horen van het evangelie.
In het verdere verloop van de Romeinenbrief maakt Paulus duidelijk, dat het noodzakelijk is christen te worden om überhaupt tot God te komen. Alleen Jezus Christus heeft ons van Gods toorn verlost. Alleen in de kracht van de Heilige Geest, die er voor Jezus bij de mensen niet was, kan de wil van God worden vervuld. Daarover gaat Romeinen 1-8. Deze theologie werd al ten tijde van Paulus zowel door de Joden als door de Grieken (Gnosis=kennis), maar ook door de Romeinen, met hun keizercultuur, van de hand gewezen en soms openlijk belachelijk gemaakt. Ook nu trekken veel mensen, ook christenen, deze stelling in twijfel. Als Paulus benadrukt: “Voor dit evangelie schaam ik mij niet” (Romeinen 1:16), dan is dat nu eenmaal ook tegenwoordig voor veel christenen helaas alles anders dan normaal. Het is in onze maatschappij veel eenvoudiger, ook als christen, met de kring “verzoening voor allen” in te stemmen of, zoals de Gnostici, de verlossing uit een in elk mens wonende goddelijke vonk te verwachten.
Als er een andere weg zou zijn, had Jezus Christus niet hoeven te sterven, respectievelijk zou Jezus  voor niets zijn gestorven, zoals Paulus in zijn brieven steeds weer zegt. Jezus zelf zegt daarover: “’Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan tot de Vader komen dan door Mij.’”  (Johannes 14:6) Deze weg sluit niemand uit, hij is open voor iedereen, die in Jezus en zijn evangelie wil geloven: “…het is Gods reddende kracht voor allen die geloven,…” (Romeinen 1:16).
U. Hykes

Bericht vervalt automatisch op woensdag 28 februari , 2024