WB_26_03_29 Voor zondag 29 maart 2026 6de zondag van de 40 dagentijd
Palmzondag – begrijp je mijn liefde? Marcus 11: 1-11 en Johannes 13:5
Marcus 11: 1-11
1Toen ze Jeruzalem naderden en in de buurt waren van Betfage en Betanië bij de Olijfberg, stuurde hij twee van zijn leerlingen vooruit. 2Hij zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Zodra jullie er binnenkomen, zul je daar een ezelsveulen vastgebonden zien staan, dat nog nooit door iemand bereden is; maak het los en breng het hier. 3En als iemand jullie vraagt waarom jullie dat doen, zeg dan: “De Heer heeft het nodig, hij zal het meteen weer terugsturen.”’ 4Ze gingen op weg en vonden een veulen dat buiten op straat bij een deur was vastgebonden en ze maakten het los. 5Er stonden een paar mensen die vroegen: ‘Waarom maken jullie dat veulen los?’ 6Ze zeiden wat Jezus hun had opgedragen te zeggen en de mensen lieten hen begaan. 7Ze brachten het veulen naar Jezus en legden hun mantels op het dier en hij ging erop zitten. 8Velen spreidden hun mantels uit op de weg, anderen spreidden takken met bladeren uit, die ze in het veld afhakten. 9Allen die voor hem uit liepen of achter hem aan kwamen, riepen luidkeels:
‘Hosanna!
Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
10Gezegend het komende koninkrijk van onze vader David.
Hosanna in de hemel!’
11Hij trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat hij alles in ogenschouw had genomen, ging hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.
Johannes 13:5
5en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had
Kerngedachte: Zoals eens de jongeren van Jezus op Palmzondag het ezelsveulen, dat zij bij een wegsplitsing gebonden aantroffen, losmaakten en bij Jezus brachten, zo staat menig mens in bepaalde tijden van zijn leven als een gebondene op een tweesprong. Niet wetende welke weg hij zal inslaan en niet in staat om zich uit eigen kracht van zijn boeien en bindingen te ontdoen.
Dan roepen de boden van Christus hem toe: ”Laat u toch van het aardse en het vergankelijke, van zonden en ongerechtigheid vrij maken en kom tot Jezus, Hij heeft u nodig!” Nodig om in Zijn Geest dienstbaar te zijn.
Belangrijke en buitengewone gebeurtenissen in het leven zijn momenten waarop God de mens tot bezinning roept en zegt: ”Sta stil en overdenk!” Dan staat de mens voor de vraag: wat moet ik doen, waarheen zal ik gaan, vooruit of terug, naar rechts of naar links. Kruispunten zijn gevaarlijke punten waar men niet zomaar blindelings kan oversteken. Dan moet men voorzichtig en weloverwogen handelen. Zeer belangrijk is de keus van het vervolg traject.
Neem ik de brede, dalende gemakkelijk begaanbare of de smalle, stijgende moeilijker begaanbare weg. Of zoals de Heer destijds door de profetenmond zei: ”Ik geef jullie de keuze tussen leven en dood” (Jeremia 21:8).
Wanneer in ernstige, beslissingsvolle uren van het leven de boden van Jezus roepen: ”Kom tot Jezus, Hij heeft u nodig”, dan komen tegelijkertijd goddeloze geesten met hun roep om hen na te volgen. Aan wiens roep wilt u gehoor geven?
Weloverwogen heeft Jezus een ezel tot rijdier genomen, want ezels zijn het zinnebeeld van lastdragers. Ook heden vraagt Jezus: ”Neem Mijn juk op u; want Mijn juk is zacht en mijn last is licht”. Waar een lichte last gedragen wordt, gaat het snel voor- en opwaarts.
De vijandig gezinde geesten leggen de in hun dienst staande mensen de drukkende last van de zonde op. Wie deze last meeslepen komen niet ver, zij gaan geplaagd en zuchtend ten onder.
Johannes tekent ons geen Jezus die door de spanning van het naderende lijden wordt overvallen, maar een Jezus die heel goed weet wat er staat te gebeuren. In dit evangelie vinden we Jezus niet in Gethsemane en niet beangst en ontredderd aan het kruis, maar als Iemand die heel bewust als het Lam van God de zonde van de wereld wegdraagt (Joh.1:29). Tot drie keer lezen we zelfs dat Jezus weet wat er staat te gebeuren. Hij weet dat zijn ure gekomen is (vs. 1), dat de Vader Hem alles in handen gegeven heeft om zijn weg door de dood heen te gaan (vs. 3), maar ook wie er voor en tégen Hem is (vs. 11). Zo gaat Jezus zijn ‘ongekende gang, vol donkere majesteit”
Maar één ding moet de volgelingen van Jezus wel duidelijk zijn, voordat Hij als lam de weg van het offer gaat: zijn liefde is eindeloos. Johannes schrijft: ’toen Jezus wist dat zijn ure gekomen was (…) heeft Hij de zijnen (…) liefgehad tot het einde’ (Joh.13:1). De weg die Jezus gaat staat niet op gespannen voet met de liefde voor de zijnen, maar moet eruit verklaard worden. Zij is de dragende grond onder de voeten van Jezus. Eindeloze liefde is het opschrift boven het hele lijdensverhaal dat nu volgt. Jezus heeft hen lief tot het einde: eindeloos en totaal. Tot op het laatste moment van zijn verhoging aan het kruis, tot aan ‘het is volbracht’ (Joh.19:28). Deze eindeloze liefde maakt Jezus dan ook niet angstig, maar ‘drijft de vrees uit’ (1 Joh. 4:18).
Jezus gaat de weg van kruis en opstanding, als zichtbare eindeloze liefde van God voor deze wereld (vgl. Joh. 3:16). Deze liefde van God is geen gril, geen gevoel van het moment en geen willekeur maar welbewust keuze. Gedragen door de hartslag van God. Geweldig, deze liefde. Zeker, maar deze liefde is wel diep en radicaler dan wij zouden vermoeden. Evenals de vele andere gelijkenissen van Jezus wordt ook deze gelijkenis niet zomaar verstaan. Als Jezus deze eindeloze liefde laat zien door zijn kleed af te leggen, het schort om te doen en met water de voeten van zijn discipelen te gaan wassen, dan wordt dit nauwelijks begrepen. Petrus verzet zich hevig: ‘U, mijn voeten wassen? In der eeuwigheid niet!’ (vs. 8).
Nu moeten we dit verzet van Petrus wel goed peilen. Zijn afwijzing is niet alleen maar karakter: onstuimig en flapuit als hij is. Nog minder komt het voort uit onverschilligheid tegenover Jezus. Integendeel, zijn verzet is respect voor Jezus. Wilt U, Here (Kurios) mij de voeten wassen? Dat is toch de wereld op z’n kop? Petrus’ reactie is vergelijkbaar met die van Johannes de Doper. Ook hij vond zichzelf te gering om ook maar de schoenriemen van Jezus los te maken (1:27).
In het uur van de beslissing moet toch op het woord van Christus gelet worden: (Matt 7: 13-14) “Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.”. Breed en door velen bewandeld is de weg van Hosiannaroepers. Zij die alleen Jezus belijden als zij in materiële zin veel goeds en aangenaams van Hem verwachten en ontvangen. Die slechts de Heer bejubelen als de menigte dat doet en die daarna snel weer ‘kruisigt Hem’ schreeuwen. Op de smalle weg zijn zij die ook niet van Jezus wijken als zij met Hem het lot moeten delen van verlaten te worden en diepe vernederingen moeten dulden. Zulke trouw behoort het hele hart te tonen.
Smal is’t pad, waar, o eerst’-ling de Vader u leidt,
En de poort waar de Heer wacht is meestal niet wijd.
Deze weg, vaak met moeiten en zorgen, is smal,
Maar hij voert naar de hemel, waar God wachten zal.
Mag die weg soms moeilijk gaan,
Op het einddoel komt het aan!
Kom het steile pad betreên,
naar de heerlijkheid heen.
(lied 108)
Amen.
Naar een weekbrief uit 2013 Ineke Ras
Bericht vervalt automatisch op woensdag 29 april , 2026