Woord van de week – 29 maart

WB_24_03_29       Voor Goede Vrijdag 29 maart 2024
 
Christus, de eerste in schepping en verlossing                                Kolossenzen 1:13-20
 
13  Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, 14  die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden. 15  Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping: 16  in hem is alles geschapen, 
alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. 17  Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. 18  Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, 
om in alles de eerste te zijn: 19  in hem heeft heel de volheid willen wonen 20  en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.
 
Verdere Bijbelteksten: Leviticus 16:20-22; Hosea 5:5-6, 6; Hebreeën 9:15-26, 28; Psalmen 22:2-9, 12, 16, 19-20.
 
Kerngedachte: Jezus is de eerste van de schepping en van haar verlossing. Hij is het hoofd. Alleen Hem verkondigen wij.
 
Weekspreuk: “Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enig geboren Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)
 
Opmerkingen vooraf en aanwijzingen voor het Bijbelwoord:
De brief aan de Kolossenzen was aan christenen gericht, die het joodse geloof niet kenden en die niet bekend waren met de joodse theologie. Zij konden niets beginnen met het begrip van de plaatsvervangende offerdood en hadden nog nooit iets gehoord van de grote verzoendag van de joden. Paulus zat in de gevangenis (Kolossenzen 4:18: “Denk aan mijn boeien!”) en kon de gemeente, waar hij voorheen nog nooit was geweest, ook niet meer bezoeken. Aanleiding voor zijn ingrijpen en de brief was een dwaalleer, die de gemeente binnendrong en zich verder verspreidde. De meeste gemeenteleden waren kort geleden nog aanhangers van verschillende religieuze sekten. In hun hoofden en harten spookten nog steeds de bang makende denkbeelden van voorbije religieuze vorming. De opkomende dwaalleer trachtte het geloof in Christus door aanvullingen te “beveiligen”, het om te vormen, doordat extra geloofsinhoud geïntroduceerd en verheven werd: “Jezus en de natuurmachten”, “Jezus en de gesternten”, “Jezus en ….”. Paulus wees hier tegenover op de grootheid en superioriteit van Jezus Christus: Hij is de “Scheppingsbemiddelaar” en de “Verzoener van de wereld”. In Christus hebben wij de gehele rijkdom van God. De uiteenzettingen moesten de nog pril in het geloof staande mensen de grootheid en vooral de volheid van Jezus Christus aantonen.
Hoe snel ook nu nog mensen aan het gevaar zijn overgeleverd “Jezus en ….” tot oriëntering van hun geloof te nemen, zien wij bijvoorbeeld in de verheffing van kerkelijke ambten, religieuze tradities, sacramentele dogma’s etcetera.
 
Uitleg:
Wat betekent het voor mijn verhouding tot de wereld, dat alles voor Christus is geschapen en in Hem samengehouden wordt? De kernboodschap van de perikoop luidt: “in Hem heeft heel de volheid willen wonen.” (Kolossenzen 1:19). Alles betekent daarbij, dat Christus allebei is, zowel Schepper (begin) als Verzoener (einde), van de door haar Schepper verlaten schepping. In Hem wordt alles bijeengehouden en alles, wat uiteen is gevallen, weer samengevoegd. Een “geloof met aanvulling” is onnodig. God bood zijn schepping, de mensen, toentertijd in zijn Zoon Jezus vrede aan. Ieder kon en kan zich tot op heden erop beroepen en komt weer in het reine met God. Niemand hoefde of hoeft meer angst te hebben voor demonen, duistere machten of boze engelen. De weg naar het licht, naar de Schepper, naar de hemelse Vader, is vrij. De ontmoeting met God vindt via Jezus plaats.
Ook wij zijn verlost door Jezus, maar wat betekent Jezus voor ons? Voelen wij ons vrij, of zijn wij verwikkeld in de verstrikkingen van de wereld, waarvan wij menen die absoluut te moeten              aan-/vasthouden? Zijn wij gevangen van deze wereld met zijn stress, zorgen en hectiek? Oké, de uiterlijke verhoudingen, onze levensvoorwaarden maken wij af en toe een beetje leuker, doordat wij iets moois meemaken. We kunnen proberen ons leven te manipuleren, doordat wij onszelf iets “gunnen”, maar innerlijk blijven wij een ”straatkind”, als wij niet datgene vinden, dat ons houvast, rust, een thuis en verlossing geeft. Hebben wij ons leven zo ingericht, dat wij met minder dan de verlossing door onze Schepper tevreden zijn? Paulus zei tegen de Kolossenzen met versterkte kracht, dat zij behoeftig aan verlossing mogen zijn, want Jezus had al voor hen gezorgd. Ook wij mogen heden ten dage Jezus meenemen in ons leven en ons in onze zwakheid op Hem beroepen. Wij hoeven geen supermensen te zijn.
De instantie “God” werd een mens en mengde zich in de wereld. Een radicale reddingsactie, een liefdeslogica, de brug over een afstand, die wij nooit op eigen kracht konden overbruggen. Hoe geweldig, dat deze mens geworden God u en mij de hand reikt en zegt: “Neem toch mijn (eeuwige) leven aan!”.
 
Het begin van de heiliging en de verzoening met God en zijn schepselen:
Niemand wordt gedwongen,  maar iedereen mag het aanvaarden. God is in Jezus Christus zo menselijk, dat mensen Hem aanvaarden, meer op Hem gaan lijken. Meer op God gaan lijken, Hem nader te komen gaat alleen via Jezus Christus: “Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.” (Johannes 14:6) De weg van Jezus Christus te volgen brengt een radicale verandering teweeg. Al het andere in deze wereld is daarmee vergeleken een “verminderd bestaan”, een leven, dat de mate van de goddelijke liefde, van de zegen en de verlossing niet ten volle benut. Wij kunnen als gemeente alles opgeven, maar als wij Jezus Christus en zijn liefde voor de mensen opgeven, geven wij onszelf en onze gemeente op. Deze “nieuwe waarheid”, die Paulus aan de Kolossenzen verkondigde, maakt vrij. Zij bevrijdt van alle restricties van deze wereld. Zodra wij het willen, zal dat gebeuren.
In Jezus wordt de onzichtbare God zichtbaar. In Jezus wordt zichtbaar hoe God is. Wanneer ik wil weten hoe God met mensen omgaat, moet ik slechts naar Jezus kijken, hoe Hij met de mensen is omgegaan. Niemand moest meer door offers gunstig gestemd worden. De vrede, die Jezus door zijn dood in de wereld bracht, geldt tot op heden voor ons. God en mensen zijn weer vereend. Het aanbod staat voor altijd. Wie in Jezus gelooft, hoeft niemand meer gunstig te stemmen, geen angst voor macht  en geweld te hebben en niet te bang te zijn voor God. Wie Jezus volgt kan vrede op elk moment van zijn leven aanvaarden. Leven wij van hetgeen God ons geeft en nemen wij het als geschenk aan?
Vandaag, op Goede Vrijdag, denken wij eraan, dat Jezus aan het kruis moest sterven, opdat onder andere de weg naar onze redding en onze vrijheid mogelijk werd. Maar Jezus bleef niet dood. De aarde had de Dode opgenomen en gaf Hem drie dagen later, als een eerstgeborene, op de dag van de opstanding met Pasen weer vrij. Jezus was de eerste, die opstond en allen, die in Hem geloven, zullen opstaan. Wij hoeven niet meer bang te zijn voor de dood. Wij mogen erop vertrouwen, dat met de dood niets voorbij is. De dood als gevolg van de zonde ter vereffening van de schuld, die Jezus aan het kruis is gestorven, hoeven wij niet te sterven. God zal met ons verder gaan in een nieuw leven bij Hem.
Hoe vaak zijn wij kleingelovig en er ver van verwijderd zo zeker en zorgeloos door ons dagelijks leven te gaan? Jezus wil ons helpen. Wij kunnen Hem vertrouwen, Hij neemt ons mee, zelfs als wij eens dit leven zullen verlaten. Zijn hand laat ons ook dan niet los.
P. Lützen

Bericht vervalt automatisch op maandag 29 april , 2024