Woord van de week – 5 april (Pasen)

WB_26_04_5                                           Pasen, de 7de zondag van de 40 dagentijd   
Pasen: Het lege graf!                                                                          Marcus 16:1-8
 
1Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. 2Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’
8Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.
 
 
Kerngedachte: Hij leeft, zie zijn graf is leeg! Zo dringt deze blijde roep door de eeuwen heen in de harten van de gelovigen, die zich met Jezus Christus – de opgestane – door Gods genade verbonden weten. Het Paasfeest is werkelijk een overwinningsfeest.
 
 
Toen de Heer het volk Israël uit de hand van de Egyptenaren had bevrijd en door de Rode Zee had geleid, zongen Mozes en de kinderen Israëls: “Ik wil de Heer zingen, want Hij is hoog verheven. De Heer is mijn kracht en mijn psalm, Hij is mij tot heil geweest!”
De Paasmorgen wijst echter op een nog grotere daad van God, verkondigt een nog groter heil. Christus is uit het graf verrezen, Hij heeft de dood overwonnen. Een machtiger getuigenis is in de wereldgeschiedenis niet te vinden.
 
Toen de eerste mensen hadden gezondigd werden ze uit het paradijs verdreven. Het paradijs werd voor hen gesloten. Door de dood en opstanding van Christus is het paradijs weer ontsloten. De opgestane Heer nodigt allen die in Hem geloven uit, binnen te gaan en in gemeenschap met Hem ‘het leven’ deelachtig te worden.
 
Men kan dus zeggen, dat de Paasmorgen het begin is van een gelukkige en veelbelovende tijd, waarvan de profeet gesproken heeft: ”De verlosten des Heren zullen wederkomen en met gejuich in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn; blijdschap en vrede zullen zij verkrijgen; kommer en zuchten zullen wegvlieden.”
De ‘Paaszon’ verlicht de toekomst en vanuit het open graf zien ook wij met een blij voorgevoel op naar de eeuwige stad. Zo’n uitzicht versterkt het geloof door de troost, die door de opstanding van Jezus uit de doden voor ons zo onnoemelijk groot is geworden.
 
 
De vrouwen die Jezus waren nagevolgd en Hem met hun gaven hadden gediend, stonden bij het kruis en hebben Hem zien lijden en sterven. Ondanks de diepe smart zijn zij bij Hem gebleven, tot Hij gestorven was. In de vroege ochtend van de dag na de sabbat wilden zij het lichaam van Jezus zalven. Maar het lichaam van Jezus was niet meer in het graf. Zij zagen een in het wit geklede jongeman (engel) en deze sprak tot hen: ”U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier”.
Hoe heerlijk had alles zich veranderd. Degene die zij als gestorven betreurd hadden, was opgestaan. Degene wiens lichaam zij wilden zalven, leeft in een rijk waar hemelse geesten Hem omringen. Nu hebben zij de bevestiging, dat Jezus waarlijk de zoon van God is. Dat zijn rijk een eeuwig rijk is en dat zijn heerschappij een eeuwige heerschappij is.
 
De gekruisigde is opgestaan! Dat is voor ons de zekerheid dat Hij onze Heiland is. Een zondig mens zou nooit onze Verlosser en Zaligmaker kunnen worden. Alleen Hij, die geen zonde gekend heeft, is voor ons tot zonde gemaakt. Alleen het bloed van een onschuldig en onbevlekt lam, het bloed van Jezus Christus, kan ons reinigen van al onze zonden. 
 
Voor de aanvechtingen in het leven, voor de strijd tegen de dood hebben wij een Heiland nodig die machtig is. Als zodanig heeft Christus zich bewezen in zijn opstanding. Geen mens is ooit in staat geweest zich van zonden vrij te houden en uit de dood te voorschijn te komen en te leven. Met de opwekking van Christus uit de doden heeft God zijn Ja en Amen gesproken. Het woord van de engel: “Hij is opgestaan”, was voor de vrouwen de bevestiging van het getuigenis van Johannes de Doper: “Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld draagt!”
 
Wij leven nog in duisternis en hebben veel kracht uit de hoge nodig. Maar zoals Christus uit de doden werd opgewekt, zo zullen ook wij opgewekt worden en in een nieuw leven wandelen. Ons leven zal een getuigenis van de waarheid van God de Vader zijn, die ons naar zijn grote barmhartigheid heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
 
Amen.
 
(naar gedachten uit een weekbrief van 22-04-1973)                               J.T. den Haan
 
 
 
 

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 5 mei , 2026