Woord van de week – 7 juli

WB_24_07_07             Voor zondag 7 juli 2024
Geloven met een goed geweten                            1 Petrus 3:8-17
8 Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. 9  Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen. 10  Immers: ‘Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, 11  hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven. 12  Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun gebeden, maar hij keert zich tegen wie kwaad doen.’ 13  Overigens, wie zou u kwaad doen als u zich volledig inzet voor het goede? 14  Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; 15  erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.
16 ¶  Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster.
17  Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet dan omdat men kwaad doet.
 
Verdere Bijbelteksten: Romeinen 14(1-6)10-13; Jakobus 1:(19-21)22-25; Jakobus 3:13-18; Psalmen 92:2.
Kerngedachte: Er zijn zegenrijke richtlijnen voor ons leven als christen en het leven in de gemeente van onze Heer.
Opmerking vooraf:
“In de brief van Petrus ontvangt de gemeente (eerst de gemeentes in Klein-Azië, Pontus, Galatië, Kappadocië, de provincies Asia en Bithynië, maar uiteindelijk de gemeentes van de gehele christenheid) pastorale aansporingen. Petrus geeft aanwijzingen, wil troosten, opmonteren en een getuigenis geven van Gods ware genade. De eerste brief van Petrus is een praktische brief met veel concrete richtlijnen, die tot op heden zeer nuttig zijn. Juist in onze meer en meer onchristelijke maatschappij komen ze opnieuw op. De situatie van de lijdende gemeente in haar escalatie toont de christelijke richtlijnen bijzonder duidelijk. Voor de gemeente, die wordt vervolgd – en dat wordt de gemeente in de eindtijd steeds meer – is deze brief de meest nuttige gids om het doel van de heerlijkheid bij God te halen.” (citaat van Heiko Krimmer uit Edition C, een Duits Bijbelcommentaar)
Uitleg:
Petrus beschouwt de vraag: Hoe moeten christenen leven?
– Gelijkgestemd – geen “eenheidsworst”, geen van bovenaf voorgeschreven uniformiteit. Maar een gezamenlijke wil in denken, geestelijke eenheid, de eigen wil terzijde schuiven, bezinning op het ware fundament Jezus Christus als basis van het gemeenschappelijke geloof, het besef van de verlossing door Jezus, inzien dat door Jezus genade en eeuwig leven mogelijk is, met deze blijdschap onderweg zijn met elkaar.
– Meelevend – de anderen met de barmhartige ogen van God zien, blij zijn met de blijde mensen,, maar ook met de verdrietige mensen huilen, geraakt worden door de nood van de ander, in de nood van een broeder of zuster een taak voor mij zien te helpen, te troosten, mee te leven.
– Broederlijk  – innige verbondenheid, geen nijd of jaloezie, maar liefde door helpend handelen, echte door God gewilde liefde in de praktijk brengen. 
– Barmhartig – hartelijk erbarmen, Samaritaanse diensten, elkaar ondanks de fouten van de ander in liefde bejegen. 
– Deemoedig – zoeken naar hetgeen de ander helpt, het eigen ego achterstellen, niet kleinmaken, zichzelf niet tot de maat der dingen maken, de gezindheid van de dienaar.
Leven, dat de moeite waard is, is te vinden in christelijke gemeentes en wordt zichtbaar:
– Gemeente straalt naar buiten – zegen voor degenen, die de naaste, de vriend, maar ook de vijand worden: In Jezus’ liefde leven, getuigen van zijn heil, vriendelijkheid geven, geduld betrachten, het goede doorgeven, geen lastertaal uitslaan, vrede zoeken met iedereen.
– Gemeente verwerft het leven – in de hoop op het eeuwige leven, graag in het nu leven, omdat de ontvangen liefde mag worden doorgegeven, dankbaar zijn, omdat de liefde van God aanraakt.
– Christenen zijn gezegend, zelfs wanneer zij lijden – het goede nastreven en leven naar Gods wil, de kwaadaardigheid door het goede duidelijk laten worden en blootleggen, in de vrede van de HEER leven, omdat Hij ons toeroept: “Wees niet bang!” 
– Christenen zijn zachtmoedig in de getuigenis – naar de opdracht leven – het geloof met geduld belijden, zonder fanatisme, zonder voorbehoud, zonder angst, met een goed geweten.
Wanneer wij zo leven als Petrus aan de gemeente schrijft, worden wij geëerd door God. Jezus geeft ons geborgenheid en de moed tot de getuigenis voor Hem. Wij mogen Hem nabij zijn. Daaruit groeit dankbaarheid. Wij zijn Gods geliefde kinderen, Hij vergt alleen van ons wat wij kunnen dragen. Wij hebben in Hem ons geluk gevonden. Wij mogen met zijn ogen zien en met zijn oren horen. Wij mogen om alles vragen en Hij zal het horen. God is en blijft er voor ons. Hij is echter tegen degenen, die in hun kwaadaardigheid volharden en daardoor de genade missen.
E. Heckmann

Bericht vervalt automatisch op woensdag 7 augustus , 2024