Woord van de week – 8 maart

Lezen: Lucas 9:28-36

Opeens stonden er twee mannen met hem te praten, het waren Mozes en Elia, die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat hij in Jeruzalem zou volbrengen.

 Lucas 9:30-31

Jezus gaat met Petrus, Jakobus en Johannes een berg op om te bidden. Tot zover is er niets aan de hand. Maar tijdens het bidden ‘veranderde de aanblik van Jezus’ gezicht en werd zijn kleding stralend wit’.

Dat wit verwijst naar het wit van de hemel. Als de hemel de aarde raakt, wordt alles fel wit. Denk maar aan de witte kleren van de engelen bij het lege graf als Jezus is opgestaan. In het boek Openbaringen gaat het over mensen met witte kleren aan. Dus als Jezus een ontmoeting heeft met de hemel gaat zijn gezicht stralen en worden zijn kleren wit.

Maar dan. ‘Opeens stonden er twee mannen met hem te praten: het waren Mozes en Elia, die in hemelse luister verschenen waren.’ Een ontmoeting met Mozes en Elia, die zo’n 1300 en 900 jaar daarvoor leefden. Zij zijn in hemelse luister. In hun glorie. Het zijn Mozes en Elia zoals ze door God gekend zijn, zoals iedereen die bij God hoorde tijdens het leven, ook bij God is na het overlijden. Zo zijn ook Mozes en Elia bij God. Blijkbaar worden zij door God erop uitgestuurd als bodes, zoals God soms ook engelen stuurt. In hun hemelse glorie, in hun witte kleren, spreken ze met Jezus. En het zijn Mozes en Elia. Twee van de belangrijkste mensen uit het Oude Testament. Mozes is belangrijk omdat hij de leider van het volk Israël was tijdens de uittocht uit Egypte. Hij heeft van God de wet ontvangen en met het volk gedeeld. Elia was misschien wel de belangrijkste profeet. Telkens weer heeft hij geprobeerd het volk Israël en haar koningen weer op het rechte pad te brengen. Hij staat symbool voor alle profeten die God heeft gezonden. De wet en de profeten staan achter Jezus.

Vervolgens spreken Mozes en Elia met Jezus ‘over het levenseinde dat hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen’. Of letterlijker: ze spraken over zijn ‘exodus’, de uittocht die hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen. Dat woordje exodus (uittocht) staat er niet voor niets. Jezus moet op weg naar Jeruzalem. Van de berg waarop hij Mozes en Elia ontmoet, moet hij op weg gaan naar een andere berg, een heuvel met de naam Golgotha. Daar staat een kruis voor hem klaar, daar moet hij heen, dat is zijn missie. Hij moet daar sterven om zijn leerlingen, zijn volk, om ons. Zoals Israël bevrijd werd uit het slavenbestaan in Egypte en door God gebracht werd naar het beloofde land, zo zal Jezus ons bevrijden uit de slavernij van zonde en dood en overbrengen naar de nieuwe schepping, een bevrijde wereld.

Op die missie wordt Jezus voorbereid in zijn hemelse ontmoeting met Mozes en Elia. Laten we luisteren naar Jezus en Jezus volgen. Laten we ons kruis met hem dragen, onze opstand, onze schuld, het verdriet van de wereld, het verdriet in ons leven. Laten we het op zijn kruis leggen. Hij gaat voor ons uit. Alleen.

Gods geliefde en uitverkoren zoon. Op weg naar het kruis. Voor ons. Voor jou. Uit genade. Amen.