Woord van de week – 9 juni

WB_24_06_09           Voor zondag 9 juni 2024
Heer, hier ben ik!                               Jesaja 6:1-13
1  In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel. 2 Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. 3 Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ 4 Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook. 5 Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’ 6 Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. 7 Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’ 8 Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’ 9 Toen zei hij: ‘Ga en profeteer het volgende tegen dit volk: “Luister goed, maar begrijpen zul je het niet; kijk goed, maar inzien zul je het niet.” 10 Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.’ 11 Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij. 12 Totdat de HEER de mensen heeft weggevoerd en er totale verlatenheid heerst in het land. 13 En als er nog een tiende deel achterblijft, dan gaat ook dat in vlammen op, zoals een eik of een terebint wordt geveld voor een vuur. Er blijft slechts een stronk over, en het zaad in die stronk is heilig.’
 
Verdere Bijbelteksten: Jesaja 44:21-23; Wijsheid van Jezus Sirach 1:1-10; Johannes 14:7-14; Psalmen 150:2.
Kerngedachte: Het is onze opdracht op Gods nieuwe begin attent te maken.
Historische achtergrond:
In de tijd van Jesaja ging het volk Israël zijn ondergang tegemoet. De Israëlieten luisterden niet meer naar Gods woord. (Een goede beschrijving staat in het vijfde hoofdstuk van het boek Jesaja). In strijd met Gods voorschriften gingen de Israëlieten tactisch te werk met de Egyptenaren om zich tegen de omliggende volkeren en vijanden te beschermen. De macht van de Egyptenaren was echter afgenomen en de Assyriërs liepen het noordelijke rijk (Israël) onder de voet, voerden de bevolking weg en vernietigden alles wat hun in de weg stond. Dat had Jesaja al meegemaakt. Later wordt ook het zuidelijke rijk (Juda) onder de voet gelopen door de Babyloniërs, Jeruzalem verwoest en de elite van de Joden naar Babylon gedeporteerd. Ten tijde van ons Bijbelwoord was het verval niet meer af te wenden.
Uitleg:
Apostel Norbert Schaeffer verdeelt het verhaal van Jesaja in zeven stadia (Duitse weekbrief van 19 juni 2011):
1 De buitengewone samenkomst met de Heer:
– Vanaf zijn geweldig hoge troon reikt zijn mantel tot in de tempel;
– De engelen zijn aanwezig en geven God de eer: “’Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’” (Jesaja 6:3);
– Gods boodschap is machtig en zichtbaar: de dorpels van de tempel schudden en rook vult de gehele tempel.
2 De angst leidt tot rouw bij Jesaja: deemoedig spreekt hij zich uit voor dit zondige volk met onwaardige lippen. Als zondaar zag hij de Heer; hij had de dood verdiend.
3 Hij krijgt van God vergeving van de zonden; de engel neemt een gloeiende kool van het altaar en heiligt de lippen van Jesaja: “’Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’” (Jesaja 6:7)
4 De Heer spreekt tot hem: “’Wie zal Ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’” Jesaja antwoordt: “’Hier ben ik, stuur mij.’” (Jesaja 6:8)
5 Hij krijgt de mededeling voor het volk: “’Luister goed, maar begrijpen zul je het niet; kijk goed, maar inzien zul je het niet.’” (Jesaja 6:9) God heeft het zo bepaald, opdat ze niet kunnen worden hersteld.
6 Jesaja wendt zich tot God: “Hoe lang, Heer?” God antwoordt hem: “’..tot heel het land verwoest is, één grote woestenij.’” (Jesaja 6:11)
7 De belofte en de hoop: Het zal slechts een tiende deel overblijven, dat zijnerzijds ook wordt vernietigd. Maar de stronk zal blijven, daaruit groeit een nieuw Godsvolk.
Terwijl wij de stadia 1 tot en met 3 en de roeping evenals Jesaja’s “ja” daarop in stadium 4 nog uit eigen ervaring en onze Godservaringen grotendeels kunnen volgen, stellen de aansluitende verzen van de perikoop ons uitdagende vragen:
– Waarom verhardt God zijn volk en laat daarmee geen inzicht, geen omkeer toe?
– Waarom zal Hij er pas mee ophouden, als alles is verwoest?
– Waarom zal zelfs het laatste tiende deel worden vernietigd?
Zoals bij veel andere vragen over Gods soevereine handelen moeten wij ook hier het antwoord open laten. Niettemin kunnen wij inzichten hieruit afleiden:
– Het volk had zich door zijn afkeer van God door eigen toedoen in nood gebracht
– Alle maningen van God waren tevergeefs
– De wil van God werd niet gehoord en genegeerd
– Het is niet voldoende hier en daar “een beetje te luisteren”, dingen uit te stellen en te denken, dat alles op een gegeven moment (vanzelf) beter wordt
– Pas als alles is mislukt, is een nieuw begin mogelijk
– Het nieuwe begin komt schijnbaar uit het “niets”, een stronk is voldoende.
De zondag na Pinksteren noemen wij  de zondag “Trinitatis” (= drieëenheid) en vieren de eenheid van  God de Vader, zoon en de Heilige Geest. God heeft zijn belofte waargemaakt, het offer van Jezus en de uitstorting van de Heilige Geest zijn volbracht – alles is er, het beloofde nieuwe begin gerealiseerd. Het was een weg vol leed, die  het volk van God, de Israëlieten tot dit punt moesten gaan. Als God tegen Jesaja in de verzen negen en tien zegt, dat Hij zijn volk zal verharden, was dat de aanvang van de weg naar het nieuwe begin, want niemand wilde meer naar Gods woord luisteren. Iets dergelijks lezen we ook bij de uittocht van de Israëlieten uit Egypte. Ook hier werden de Egyptenaren verhard, opdat het volk Israël naar zijn nieuwe thuisland kon vertrekken.
Jezus belooft een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij ziet het aankomen, dat de mensen aan hun opdracht uit de eerste schepping tot het bewaren van de aarde (Genesis 1) niet meer zullen voldoen. Ook hier moet er een nieuw begin zijn. Het wordt aan een ieder zelf overgelaten te beslissen, of de harten en zinnen van de mensheid al verhard zijn. De afkeer van God en zijn wil vond in Jesaja’s tijd zowel op sociaal als op politiek gebied plaats en ook de persoonlijke relaties van mensen onderling werden erdoor beïnvloed. Alles vinden we weer in onze moderne maatschappij:
– Iedereen kent en ziet de uitwerkingen van de uitbuiting van ons milieu – toch is er geen echte bereidheid tot een radicale omkeer waar te nemen.
– Iedereen kent de uitsluiting van mensen in onze maatschappij en ziet de nood, die daaruit voortvloeit – toch neemt het aantal mensen, dat nationale of economische belangen als belangrijker beschouwt, toe.
– Iedereen kent de gruwel van de oorlog – toch neemt het aantal oorlogen, zelfs middenin Europa toe.
De lijst is niet compleet en kan nog verder worden aangevuld. Het is geen afwijzing van het aardse bestaan, geen vlucht voor de toestanden in en de omstandigheden van ons leven, maar wij zouden met open ogen door deze tijd moeten gaan en beseffen wat Jezus ons daarover heeft voorspeld (bijvoorbeeld in Matteüs 24:6 en volgende). Jezus zegt ook: “… die dingen moeten namelijk gebeuren…” (Matteüs 24:6), zoals toentertijd in Egypte en in de tijd van Jesaja.
Het is en blijft onze opdracht op het nieuwe, het nieuwe begin van de schepping, op de terugkomst van de Mensenzoon attent te maken. Kunnen wij (nog) bidden: “Heer, kom spoedig”?
U. Hykes

Bericht vervalt automatisch op dinsdag 9 juli , 2024